Door verbouwing nog geen nieuw pand

Het verbouwen van de bovenverdieping van een pand in meerdere appartementen is niet voldoende voor het ontstaan van een nieuw pand voor de BTW. Het pand blijft namelijk grotendeels hetzelfde en de verbouwing is niet ingrijpend genoeg. Dit blijkt ook uit de conclusie van de advocaat-generaal Van Hilten.

17 september 2012 | Door redactie

Voor de BTW is het verschil tussen een nieuw vervaardigd onroerende zaak of een verbouwing van een al bestaande onroerende zaak van groot belang. De levering van een nieuw vervaardigde onroerende zaak is namelijk wel belast met BTW. Met de Belastingdienst is hierover vaak discussie bij de verbouwing van een pand. Zo ook in deze zaak die nu bij de Hoge Raad ligt. De bv had in 2004 een kantoorpand gekocht voor een bedrag van € 480.000. De bovenste etage van het pand werd verbouwd tot vier appartementen. Drie van deze appartementen werden verkocht aan particulieren. De Belastingdienst stelde dat het om een nieuw vervaardigd onroerende zaak ging die belast was met BTW.

Geen ingrijpende verbouwing

Gerechtshof Den Bosch oordeelde echter dat geen sprake was van nieuwbouw. Er waren namelijk niet zodanig grote ingrepen gedaan dat er nieuwbouw was ontstaan. De indeling van het pand was namelijk gewoon hetzelfde gebleven. Daarnaast bleven de vloeren, de dragende muren en het uiterlijk van het pand onveranderd. Voor het gerechtshof maakte het niet uit dat op de bovenste etage appartementen waren gebouwd en dat drie daarvan apart waren verkocht. De staatssecretaris van Financiën was het echter niet eens met de uitspraak en ging in cassatie. De advocaat-generaal beoordeelde de zaak en kwam tot dezelfde conclusie. De uitwendige en inwendige wijzigingen van het pand waren niet van dien aard dat sprake was van een nieuw pand. Het gerechtshof had juist gehandeld door daarbij te kijken naar het gehele gebouw en niet naar de afzonderlijke appartementen. Het ging dus niet om een belaste levering van het pand. Het is nu de vraag of de Hoge Raad de conclusie van de advocaat-generaal gaat volgen.
Conclusie advocaat-generaal Van Hilten, 7 september 2012, LJN: BX6651