Levering bebouwd terrein toch belast voor BTW

Het maakt nogal wat uit voor de BTW of u een onroerende zaak of een bouwterrein levert. Een onroerende zaak is namelijk in principe vrijgesteld van BTW en een bouwterrein is belast met BTW. Uit een recente uitspraak van het gerechtshof in Den Haag blijkt dat hierbij van belang is in welke staat en onder welke omstandigheden u het terrein uiteindelijk levert. Het maakt hierbij niet uit dat de sloop van gebouwen nog niet is afgerond op het moment van levering.

19 maart 2012 | Door redactie

In het bericht ‘Is leveren onbebouwd terrein BTW-belast?’ over een andere rechtszaak heeft u al kunnen lezen wat de criteria zijn voor een bouwterrein. Toch blijft er discussie bestaan over de aanwezigheid van een bouwterrein. In deze zaak ging het om een bv die een perceel grond kocht waarop nog twee panden stonden. Bij de verkoop was afgesproken dat de verkoper een sloopvergunning zou aanvragen, een aannemer zou zoeken voor de sloop en de kosten voor zijn rekening zou nemen. De verkoper zou de koopsom van het perceel verhogen met de kosten die voor deze sloop noodzakelijk waren. Op 30 september 1999 kon begonnen worden met de sloopwerkzaamheden en op dezelfde dag leverde de verkoper het pand aan de bv. De bv vond dat de levering belast was met BTW en daardoor vrijgesteld van overdrachtsbelasting. De inspecteur was het daar echter niet mee eens en legde een naheffingsaanslag op voor de overdrachtsbelasting. Hij vond namelijk dat het ging om de levering van een onroerende zaak, die vrijgesteld was van BTW en dus belast met overdrachtsbelasting.

Stand van de sloopwerkzaamheden niet relevant

De Hoge Raad had eerder in deze zaak al vragen hierover gesteld aan het Europese Hof van Justitie. Volgens dit Europese Hof zou het kunstmatig zijn om de levering van het terrein en het slopen van de daarop aanwezige panden te splitsen. De gehele transactie was niet de levering van een gebouw, maar de levering van onbebouwde grond. Voorwaarde was wel dat het perceel een onbebouwd bouwterrein moest zijn door bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning en dat de verkoper de sloop op zich had genomen. De sloop moest al wel gestart zijn op het moment van levering van het terrein. Uiteindelijk moest het gerechtshof in Den Haag aangeven of dit het geval was. Hierbij was bepalend de staat waarin en de omstandigheden waaronder het terrein uiteindelijk door de verkoper aan de bv was geleverd. Het maakte hierbij niet uit of de sloop al was geëindigd. Voor de rest voldeed het perceel aan de vereisten voor een bouwterrein, want er was al een bouwvergunning aangevraagd. Er was dus sprake van een levering van een bouwterrein, die belast was met BTW en vrijgesteld van overdrachtsbelasting.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 2 maart 2012, LJN: BV8564