Niet te snel uitgaan van ondeelbare prestatie

Bij de beoordeling welk BTW-tarief gekoppeld moet worden aan welke prestatie, moet een organisatie niet te snel concluderen dat er sprake is van een ondeelbare prestatie waarvoor het lage BTW-tarief geldt. Dit heeft rechtbank Gelderland onlangs aangegeven.

6 maart 2017 | Door redactie

De hoofdregel voor de bepaling van het BTW-tarief (tool) bij verschillende prestaties is dat deze in principe als zelfstandige prestaties moeten worden beschouwd. Alleen als deze zodanig nauw met elkaar verbonden zijn, zijn ze als één ondeelbare, samengestelde prestatie voor de BTW aan te merken. In de zaak die speelde voor rechtbank Gelderland ging het om een organisatie die obstacle runs organiseerde. Deelnemers kregen bij inschrijving een T-shirt en na afloop van de run een drankje. De organisatie vond dat het T-shirt en het drankje behoorden tot de hoofddienst: het deelnemen aan een sportevenement. Hiervoor gold dus het lage tarief.

Zelfstandig een nuttige functie hebben

De Belastingdienst en ook de rechter vonden echter dat het T-shirt en het drankje niet nodig waren voor het organiseren van de runs. Zij waren een doel op zich omdat zij zelfstandig een nuttige functie hadden, los van het deelnemen aan het evenement. Er was dus geen sprake van één dienst (tool) belast tegen het lage tarief.
Rechtbank Gelderland, 28 februari 2017, ECLI (verkort): 945