'Oude' BTW-correctie privégebruik is niet nul

Bij de bepaling van de BTW-correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak mag de wetgever geen onderscheid meer maken tussen zuinige auto’s en onzuinige auto’s. Dit is per 1 juli 2011 ook in de wet gewijzigd. Uit een recente uitspraak van de rechtbank in Breda blijkt dat dit onderscheid ook niet is toegestaan bij situaties van vóór 1 juli 2011. Het is echter niet zo dat u dan mag aansluiten bij de 0%-correctie van de elektrische auto.

16 augustus 2012 | Door redactie

De uitspraak van rechtbank Haarlem op 1 juni 2011 heeft behoorlijk wat stof doen opwaaien. Het was zelfs nodig om de wet op dit punt aan te passen. Voor de BTW-correctie hoeft u nu niet meer aan te sluiten bij de bijtelling in de loonbelasting en inkomstenbelasting. U kunt de BTW-correctie bepalen op basis van het werkelijk gebruik of op basis van een forfait van 2,7%. De wijziging is ingegaan op 1 juli 2011. Deze zaak van rechtbank Breda zag op de situatie van vóór 1 juli 2011. De ondernemer in deze zaak had een uitzendbureau. Het uitzendbureau had enkele auto’s in bezit, die het personeel kon gebruiken om naar bepaalde opdrachtgevers toe te rijden. De onderneming rekende geen bijtelling tot het loon van de werknemer en nam dus ook geen BTW-correctie op in de aangifte. Dit ontdekte de inspecteur bij een boekenonderzoek en daarom legde hij naheffingsaanslagen loonheffingen en BTW op.

Onderscheid elektrische motor

De ondernemer vond dit niet terecht en ging naar de rechter. Hij vond dat de fiscus voor de BTW-correctie geen onderscheid mocht maken op basis van de zuinigheid van de auto. Eigenlijk moest de fiscus aansluiting zoeken bij de bijtelling van 0% voor een elektrische auto. Zo ver wilden de rechters echter niet gaan. Er was namelijk wel een duidelijk onderscheid tussen de auto’s met een verbrandingsmotor en auto’s met een elektrische motor. De rechtbank vond het onderscheid tussen onzuinige auto’s en zuinige auto’s voor de BTW-correctie wel onterecht. Ook voor milieuvriendelijke auto’s gold immers dat ze kosten moesten maken. Een verschillende correctie voor het privégebruik was dan niet terecht. De rechtbank besliste dan ook dat de onderneming mocht aansluiten bij de lagere bijtelling van 14% voor het berekenen van de BTW-correctie.
Rechtbank Breda, 15 juni 2012, LJN: BX4254