Over met terugwerkende kracht voor KOR

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft in een besluit aangegeven dat er geen terugwerkende kracht meer wordt toegekend aan de kleineondernemersregeling (KOR) voor de BTW. In een ander besluit heeft hij ook nog een aantal wijzigingen over de maatstaf van heffing in de BTW bekendgemaakt.

23 juli 2018 | Door redactie

Vanaf 10 juli 2018 heeft de regeling die kleine ondernemers een ontheffing van de administratieve verplichtingen voor de BTW verleent, de KOR (tool), geen terugwerkende kracht meer. De KOR gaat pas in op de dag waarop de inspecteur over het verzoek om toepassing van de KOR heeft beslist c.q. de eerstvolgende aangiftedatum. Als het doorgaat wordt de KOR vanaf 2020 een omzetregeling

Maatstaf van heffing vernieuwd

Het besluit over de maatstaf van heffing is ook vernieuwd. De volgende goedkeuringen zijn in het besluit opgenomen:

  • Een belastingplichtige mag de in naam en voor rekening van een opdrachtgever betaalde kosten als zijn eigen kosten aanmerken voor de BTW.
  • Bepaalde bedragen worden gelijkgesteld met doorlopende posten.
  • Het doorbelasten van de overdrachtskosten aan een koper bij een verkoop vrij op naam kan de verkoper buiten de heffing van BTW laten.
  • Tot de vergoeding mag een belastingplichtige niet de kosten van de normale verpakking rekenen, als er bij terugzending aanspraak op een terugbetaling bestaat.
  • De vergoeding van een curator in een faillissement wordt vastgesteld op het bedrag van het aanwezige boedelactief. Daarnaast is goedgekeurd dat de vergoeding wordt vastgesteld op 100/121e deel van het aanwezige boedelactief, als de failliet geen aanspraak kan maken op aftrek van de BTW die de curator in rekening brengt.
  • De BTW moeten worden voldaan over de daadwerkelijk ontvangen kredietbeperkingstoeslag.
  • De historische aankoopprijs mag een ondernemer als de vergoeding hanteren bij fictieve leveringen als er sprake is van een privéonttrekking of bedrijfsbeëindiging die binnen een jaar na aanschaf van het goed plaatsvindt.