VERDIEPINGSARTIKEL

Aandachtspunten bij laatste BTW-aangifte van het jaar

De laatste BTW-aangifte van een jaar blijft er altijd eentje waarbij u nog eens extra moet opletten. In deze aangifte moet u namelijk alle correcties en afrekeningen over 2021 meenemen. En dat kunnen flink wat correcties en afrekeningen zijn. Om u niets te laten vergeten zijn alle posten voor u nog eens op een rijtje gezet.


8 december 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Bij het invullen van de laatste aangifte BTW over 2021 moet u er rekening mee houden dat u de onderstaande correcties en afrekeningen in de aangifte meeneemt:

  1. privégebruik door u als ondernemer;
  2. fictieve dienst;
  3. BUA-correctie;
  4. herziening van voorbelasting in verband met het gebruik van goederen en diensten voor zowel belaste, vrijgestelde als andere onbelaste doeleinden.

Deze correcties en afrekeningen komen hieronder verder aan bod.

Onttrekkingen voor eigen privédoeleinden

Onttrekt u goederen en diensten voor eigen privédoeleinden aan uw onderneming, dan is er sprake van privégebruik. U corrigeert de BTW over het privégebruik van goederen bijvoorbeeld voor het verbruik van gas, water en elektra. Naast roerende zaken, kunt u natuurlijk ook onroerende zaken zowel in de onderneming als in privé gebruiken. Voor onroerende zaken bestaat er enkel voor het gebruik voor belaste handelingen recht op aftrek.

Als u een tot uw onderneming behorend goed ter beschikking stelt aan uzelf of uw werknemers, verricht uw onderneming een fictieve dienst. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het gebruik van een vakantiewoning.

Privégebruik auto van de zaak

Ook over  het privégebruik van een auto van de zaak is BTW verschuldigd. Bij het ontbreken van een kilometeradministratie en bij het ontbreken van een zakelijke vergoeding moet u de verschuldigde BTW forfaitair stellen op 2,7% van de cataloguswaarde van de auto (inclusief BTW en BPM).
Indien bij de aanschaf van de auto geen BTW in aftrek is gebracht – bijvoorbeeld omdat u die auto onder de margeregeling heeft gekocht of vanuit privévermogen in de onderneming heeft ingebracht – geldt een forfaitaire bijtelling van 1,5%. Het forfait van 1,5% is ook van toepassing op auto’s die u nog in gebruik heeft na afloop van het vierde jaar, volgend op het jaar waarin u de auto bent gaan gebruiken.

BUA-correctie

BTW op uitgaven zoals giften, relatiegeschenken en personeelsvoorzieningen kunt u niet altijd in aftrek brengen. In het Besluit Uitsluiting Aftrek (BUA) is namelijk een drempelbedrag opgenomen van € 227. Overschrijdt u dit bedrag dan kunt u geen BTW meer in aftrek brengen. Het gaat hierbij om uitgaven van € 227 per werknemer of relatie per boekjaar. De BTW die betrekking heeft op uitgaven tot dit bedrag kunt u in aftrek brengen als er recht op aftrek van voorbelasting bestaat.

Om welke zaken gaat het bij het BUA?

Voor het BUA draait het om zaken die uw onderneming betaalt die een privécomponent hebben. Voor verstrekkingen aan werknemers gaat het om:

  • uitkeren van loon in natura, zoals kerstpakketten;
  • voorzien in huisvesting voor personeel;
  • gelegenheid geven tot sport en ontspanning;
  • verstrekken van ‘spijzen en dranken’ aan werknemers onder de kostprijs.

Daarbij geldt dus dat er een drempel is van € 227 exclusief BTW per werknemer. Blijft u in een jaar onder dit plafond, dan is alle voorbelasting dus wél gewoon aftrekbaar.  

Eten en drinken aan personeel

Voor het verstrekken van eten en drinken aan personeel geldt een aparte correctieregeling. In het kort: u neemt de aanschafkosten van eten en drinken exclusief BTW en telt daar een opslag van 25% bij op. Daarvan haalt u de werkelijke omzet in de kantine, inclusief BTW af. Is de uitkomst negatief dan is de BTW volledig aftrekbaar. Is de uitkomst positief, dan volgt er mogelijk wel een correctie.

Geschenken en andere giften

Voor geschenken en andere giften aan een zakelijke relatie bestaat een recht op aftrek van voorbelasting voor u als de relatie bij zelfaankoop van het geschenk de voorbelasting (hoofdzakelijk) in aftrek zou kunnen brengen. Tot een bedrag van € 227 aan uitgaven is de BTW op geschenken en andere giften dan aftrekbaar.

Herziening van voorbelasting

Het gebruik van goederen en diensten is bepalend voor de vraag of u de in rekening gebrachte BTW bij aanschaf van diezelfde goederen en diensten af mag trekken of niet. Voor zowel goederen als diensten moet u de voorbelasting namelijk soms herzien. Op het einde van het jaar bepaalt de ‘ingebruikneming’ de herziening. Voor diensten en goederen herziet u de in rekening gebrachte BTW voor de periode vanaf de aanschaf tot het einde van het boekjaar van de eerste ingebruikneming. U kijkt dus naar het gebruik van het goed. Is er sprake van gemengd gebruik, dan herziet u de in rekening gebrachte BTW naar evenredigheid van het gebruik.

Andere periode voor investeringsgoederen

Voor investeringsgoederen geldt een andere periode. U beoordeelt deze naar het verbruik in het belastingtijdvak van ingebruikneming. Vervolgens baseert u de herziening op de verhouding van de omzet of het gebruik. Een wijziging van het gebruik in latere jaren kan leiden tot een jaarlijkse correctie op het deel van de voorbelasting die drukte op het aangeschafte investeringsgoed. Roerende zaken volgt u nog vier boekjaren, onroerende zaken volgt u negen boekjaren. Er volgt geen herziening als de verhouding tussen het belaste en vrijgestelde gebruik ten opzichte van het jaar van ingebruikname kleiner of gelijk is aan 10%. 

Verhuur van onroerende zaken en herziening

Bij de verhuur van onroerende zaken kan geopteerd worden voor met BTW belaste verhuur. Voorwaarde daarbij is dat de huurder het gehuurde voor minimaal 90% (voor werkgeversorganisaties, makelaars, reisbureaus, arbodiensten, postvervoersbedrijven en openbare radio-en televisieorganisaties 70%) gebruikt voor belaste activiteiten. Als blijkt dat de huurder in een bepaald jaar niet langer voldoet aan deze voorwaarde, is de verhuur vrijgesteld.

De toepassing van de herzieningsregels kan gevolgen hebben voor de door u eerder afgetrokken BTW. Indien het niet voldoende aftrekgerechtigde gebruik voor de huurder redelijkerwijs niet voorzienbaar en incidenteel was, wordt de afgetrokken BTW niet herzien.

Onbetaalde facturen

Als u aan uw afnemers facturen heeft verstuurd die (deels) onbetaald zijn gebleven, kunt u de BTW die u heeft afgedragen terugvragen, voor zover deze BTW ziet op het niet-betaalde deel van de facturen. Uw vordering is in ieder geval oninbaar uiterlijk één jaar na het verstrijken van de uiterste betalingstermijn. U moet het teruggaafverzoek voor deze BTW direct na afloop van deze termijn van één jaar doen, om uw recht op teruggaaf niet te verspelen. Dit betekent dat u in de eerste BTW-aangifte over 2022 de BTW moet terugvragen over alle vorderingen die per 1 januari 2021 een jaar of langer onbetaald zijn gebleven. 

Suppletie indienen bij te veel of te weinig afgedragen BTW

Heeft u ergens in de afgelopen vijf jaarte veel of te weinig BTW afgedragen, dan moet u de BTW-aangifte corrigeren. Binnen de aangiftetermijn kunt u dat eenvoudig doen door het indienen van een aanvullende aangifte. Maar meestal ontdekt u zoiets pas bij het opmaken van de jaarrekening. In zo’n geval kunt u een suppletie indienen voor een heel jaar. Voor het wijzigen of aanvullen van de eerder verzonden BTW-aangifte mag u alleen gebruikmaken van het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’. Dit formulier vindt u op de website van de Belastingdienst.
Is het bij te betalen of terug te vragen bedrag € 1.000 of minder? Dan hoeft u daarvoor geen aparte suppletieaangifte in te dienen, maar mag u dit in de volgende ‘normale’ BTW-aangifte meenemen.