VERDIEPINGSARTIKEL

Administratieregels BTW-aangifte digitale diensten eenvoudiger

Ondernemers die via internet digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen leveren, krijgen vanaf 1 januari 2019 te maken met gewijzigde regelgeving.

Op basis van het wetsvoorstel ‘Implementatie artikel 1 Richtlijn elektronische handel’ krijgen ondernemers die digitale diensten verrichten voor afnemers zonder BTW-identificatienummer uit andere EU-landen te maken met een viertal administratieve vereenvoudigingen bij het aangeven van BTW.


30 januari 2020 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online en Carola van Vilsteren, Van Vilsteren BTW, e-mail: info@btwadvies.com


Ook digitale diensten zijn belast met BTW. Maar wat zijn digitale diensten eigenlijk? Digitale diensten zijn grotendeels geautomatiseerd en kunnen niet zonder informatietechnologie worden geleverd. Bij digitale diensten gaat het over diensten met betrekking tot elektronische diensten, omroepdiensten en telecommunicatiediensten. Elektronische diensten zijn diensten die over internet of over een elektronisch netwerk worden verleend of wegens hun aard grotendeels geautomatiseerd zijn en in geringe mate menselijk ingrijpen vergen en die zonder informatietechnologie niet zijn uit te voeren.

Denk bijvoorbeeld aan het onderhoud en beheer van websites, de levering en het updaten van software, de levering van beelden en geschreven stukken en de ter beschikkingstelling van databanken en online magazines. Ook het verlenen van toegang tot het downloaden van films en muziek op computers en mobiele telefoons is een elektronische dienst Omroepdiensten zijn diensten die kenmerkend zijn voor radio- en televisiestations. Denk bijvoorbeeld aan het uitzenden van radio- en televisieprogramma’s via een radio- of televisienetwerk.

Vaste en mobiele telefoondiensten, voicemaildiensten en toegang tot internet

Diensten waarmee de transmissie, uitzending of ontvangst van signalen, geschriften, beelden en geluiden of informatie per draad, via radiofrequente straling of met behulp van andere elektromagnetische middelen mogelijk wordt gemaakt vallen onder de telecommunicatiediensten. Ook de hiermee samenhangende overdracht en verlening van rechten op het gebruik van de infrastructuur voor de transmissie, uitzending en ontvangst is een telecommunicatiedienst.

Dit geldt ook voor de terbeschikkingstelling van netwerken of infrastructuur zoals kabels en satellieten voor telecommunicatiedoeleinden en het verlenen van toegang tot internet en netwerken voor elektronische post. Denk bij telecommunicatiediensten bijvoorbeeld aan vaste en mobiele telefoondiensten, voicemaildiensten en toegang tot internet.

Regelgeving

Volgens de huidige regelgeving geven ondernemers die digitale diensten leveren aan particulieren die wonen in andere EU-landen de BTW aan in het EU-land van de afnemer. Om de BTW aan te geven is het Mini One-Stop-Shop-systeem (MOSS-systeem) beschikbaar gesteld. Via het MOSS-systeem geven ondernemers de in andere EU-landen verschuldigde BTW aan via één EU-land, namelijk het land waar zij de MOSS-registratie hebben.

Vanaf 1 januari 2019 krijgen ondernemers die digitale diensten leveren aan particulieren in andere EU-landen een vereenvoudiging omdat vanaf dat moment een drempel geldt. Vanaf 1 januari 2019 is een ondernemer namelijk BTW verschuldigd in het land waarin hij gevestigd is als hij in een kalenderjaar én in het voorgaande kalenderjaar niet meer dan € 10.000 aan omzet heeft van digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen.

Nederland

Voor Nederlandse ondernemers is het land van vestiging Nederland, zodat zij Nederlandse BTW aangeven en afdragen over de verkoop van digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen als de waarde hiervan jaarlijks niet meer dan € 10.000 bedraagt. In de BTW-aangifte wordt deze omzet en BTW aangegeven bij vraag 1a/1b. Ondernemers met een omzet aan digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen van € 10.000 of meer per jaar, moeten de BTW aangeven via het MOSS-systeem. Het BTW-tarief van het EU-land waar de particulier gevestigd is, is van toepassing.

Bewijsstuk

Onder de huidige regels moeten ondernemers bij de verrichting van digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen twee afzonderlijke bewijsstukken verzamelen waaruit blijkt waar de afnemer van de digitale dienst gevestigd is. De volgende elementen kunnen dienen als bewijsstuk:

  • een factuuradres;
  • het IP-adres van het door de afnemer gebruikte toestel;
  • de bankgegevens van de afnemer.

De leverancier moet deze stukken in zijn administratie bewaren. Vanaf 1 januari 2019 hoeft de ondernemer nog maar één bewijsstuk te verzamelen waaruit de woonplaats van de afnemer is vast te stellen als de ondernemer jaarlijks voor niet meer dan € 100.000 aan omzet voor digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen genereert. Voorwaarde daarbij is dat dit bewijsstuk van een derde afkomstig is, bijvoorbeeld van een bank.

Belastingdienst stelt handig formulier beschikbaar

De Belastingdienst heeft het formulier ‘Keuze plaats van dienst digitale diensten’ beschikbaar gesteld voor ondernemers. Met dit formulier kunnen ondernemers die vanaf 1 januari 2019 volgens de regels in Nederland BTW verschuldigd zijn over de door hen geleverde digitale diensten, aangeven dat zij vanaf die datum toch BTW aan willen geven en af willen dragen in de EU-lidstaat waar de afnemer woont.

Dit formulier moet vóór 10 februari 2019 bij de Belastingdienst zijn ingediend. De Belastingdienst verzendt na ontvangst van het formulier een ontvangstbevestiging, let op of deze is binnengekomen. Let er ook op dat de door de ondernemer aangegeven keuze geldt voor minimaal twee kalenderjaren!

Op dit moment moeten ondernemers die digitale diensten verrichten aan particulieren en andere afnemers dan ondernemers die in andere EU-landen zijn gevestigd, de factureringsregels van het EU-land van de afnemer toepassen. Dit kan lastig zijn, omdat niet altijd eenvoudig te achterhalen is wat de factuurvereisten in andere EU-landen zijn.

Om een lastenverlichting voor de ondernemers te bewerkstelligen mag de ondernemer vanaf 1 januari 2019 de factureringsregels toepassen van het land waarin hij de MOSS-registratie heeft. De facturen voor door een in Nederland gevestigde ondernemer verrichte digitale dienst en diensten die verricht zijn aan particulieren in andere EU-landen moeten vanaf 1 januari 2019 aan de Nederlandse factuurvereisten voldoen.

Periodiek

Buiten de EU gevestigde ondernemers die digitale diensten leveren aan particulieren die wonen in een EU-land moeten voor de BTW registreren in het land waar de afnemer van de digitale dienst woont. Wanneer in meerdere EU-landen digitale diensten aan particulieren worden geleverd, dan is een BTW-registratie in meerdere EU-landen vereist. Bovendien moet in ieder EU-land waar een BTW-registratie is periodiek BTW-aangifte worden gedaan. Dit is een hoge administratieve last voor de ondernemer.

Vereenvoudiging

Op dit punt krijgen buiten de EU gevestigde ondernemers te maken met een vereenvoudiging. Vanaf 1 januari 2019 kunnen ondernemers die niet in de EU zijn gevestigd of een vaste inrichting hebben gebruikmaken van het MOSS-systeem in een EU-land om de BTW op digitale diensten geleverd aan particulieren in de EU aan te geven.