In de BTW geldt de hoofdregel dat alle leveringen van goederen en het verrichten van diensten belast zijn met BTW. Op deze hoofdregel bestaat een belangrijke uitzondering: bij de overgang van het geheel of een deel van een algemeenheid van goederen vindt er voor de BTW geen levering of dienst plaats. Dit betekent dat bij de overdracht van een (deel van een) onderneming geen BTW is verschuldigd. Maar wanneer is er nu sprake van een overdracht van een onderneming?
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Michel Toet, fiscalist
Voor de BTW-heffing is sprake van de overdracht van het geheel of een deel van een algemeenheid van goederen als aan twee voorwaarden wordt voldaan. Allereerst moet wat de verkoper overdraagt een (deel van een) onderneming zijn. Om dit te bepalen moet je vanuit de positie van de verkoper beoordelen of de overdracht een overgang van een (deel van een) onderneming is.
Oftewel, hetgeen de verkoper overdraagt moet een onderneming zijn. Daarvan is sprake als met wat de verkoper overdraagt de koper leveringen en/of diensten kan verrichten, zoals de overdracht van een handelszaak of een zelfstandig bedrijfsonderdeel met lichamelijke zaken (inventaris en voorraad) en onlichamelijke zaken (handelsnaam, klantenbestand