VERDIEPINGSARTIKEL

BTW-regels voor vouchers

Per 2019 gelden voor ondernemingen die vouchers verkopen gewijzigde BTW-regels. Vanaf dat moment wordt onderscheid gemaakt tussen vouchers voor enkelvoudig gebruik en vouchers voor meervoudig gebruik. Uit de administratie moet dan blijken om welk soort voucher het gaat. Die soort bepaalt namelijk wanneer u BTW moet afdragen.


15 februari 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online en Carola van Vilsteren, Van Vilsteren BTW Advies.


In het midden- en kleinbedrijf wordt er veel gebruikgemaakt van vouchers. Op 1 januari 2019 zijn de regels over de heffing van BTW op vouchers gewijzigd. Ondernemingen moeten nu onderscheid maken tussen vouchers voor enkelvoudig gebruik en vouchers voor meervoudig gebruik. Het is goed om te weten wat de verschillen zijn en hoe u moet omgaan met de BTW op deze verschillende soorten vouchers.

Tegenprestatie

Volgens de definitie is een voucher ‘een instrument ter zake waarvan de verplichting bestaat om het als gehele of gedeeltelijke tegenprestatie te aanvaarden'. Een voorbeeld van een voucher is een cadeaubon. Maar ook een boekenbon, bioscoopbon of dinerbon wordt voor de BTW gezien als voucher. Een voucher heeft vaak een achterliggend commercieel of promotioneel doel, zoals bijvoorbeeld het stimuleren van de verkoop van bepaalde goederen of diensten. Ondernemingen zetten vouchers in om de markt voor een goed of een dienst te ontwikkelen, of om aan klantenbinding te doen. Vouchers kunnen door de consument worden gekocht, maar het is ook mogelijk dat bepaalde aanbieders van goederen of diensten vouchers gratis ter beschikking stellen.

 

Lage BTW van 6% naar 9%

Het kabinet heeft het voornemen om het verlaagd BTW-tarief van 6% per 1 januari 2019 te verhogen naar 9%. Brancheorganisaties maken zich zorgen, omdat de financiële gevolgen voor het midden- en kleinbedrijf groot kunnen zijn. Het kan tot omzet- en banenverlies leiden en ook het voortbestaan van bedrijven in gevaar brengen.

Wet op de omzetbelasting

In 2016 is een richtlijn vastgesteld over de BTW-behandeling van vouchers in de Europese Unie. Deze richtlijn moest een aantal onduidelijkheden wegnemen over de BTW-heffing op goederen en diensten waarbij vouchers worden gebruikt. Zeker bij de ontwikkeling naar meer grensoverschrijdend gebruik van vouchers, is er soms sprake van dubbele belasting of onbedoelde niet-belasting. Een wetswijziging zorgde ervoor dat de voucherrichtlijn wordt geïmplementeerd in de Wet op de omzetbelasting 1968. Door de wetswijziging is de verkoper voor een groot deel van de vouchers (de vouchers voor enkelvoudig gebruik), direct bij de verkoop van de voucher BTW verschuldigd. De vouchers voor meervoudig gebruik zijn pas belast op het moment dat zij worden gebruikt voor de aanschaf van een goed of dienst.

Enkelvoudig of meervoudig gebruik

U moet dus onderscheid maken tussen vouchers voor enkelvoudig gebruik en vouchers voor meervoudig gebruik. Het moment waarop u de BTW verschuldigd bent, is voor deze soorten vouchers verschillend.

1. Enkelvoudig gebruik
Van een voucher voor enkelvoudig gebruik is sprake als op het moment van verkoop van de voucher duidelijk is welke soort goederen of welke dienst met de voucher aangeschaft zal worden. Voor deze vouchers is met zekerheid vast te stellen welk BTW-tarief van toepassing is. Overigens is er in december 2017 een nota gepubliceerd waaruit blijkt dat u de BTW over de verkoop van dit soort vouchers niet kan terugvragen als ze uiteindelijk niet worden ingewisseld voor goederen of diensten.

2. Meervoudig gebruik
Als op het moment van verkoop van de voucher nog niet duidelijk is welk goed of welke dienst met de voucher zal worden aangeschaft, is er nog geen BTW verschuldigd. Voor deze vouchers voor meervoudig gebruik is bij verkoop nog niet zeker met welk BTW-tarief het aan te schaffen goed of de dienst is belast.

21%-tarief

Een voucher voor enkelvoudig gebruik is met BTW belast op het moment dat de voucher verkocht wordt. Het verschuldigde BTW-bedrag wordt berekend over de prijs die voor de voucher wordt betaald, verminderd met de in de prijs inbegrepen BTW. Wanneer een voucher voor enkelvoudig gebruik wordt verkocht waarmee alleen goederen aangeschaft kunnen worden die belast zijn met 21% BTW, dan is de berekening van de verschuldigde BTW als volgt: 21/121 x de verkoopprijs van de voucher.

6%-tarief of 21%-tarief

Als een voucher voor meervoudig gebruik wordt verkocht, is de BTW pas verschuldigd op het moment dat de voucher wordt gebruikt voor de aanschaf van een goed of dienst. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin een cadeaubon wordt verkocht die kan worden besteed in een tuincentrum en waarmee zowel bloembollen (6%-tarief) als vazen (21%-tarief) gekocht kunnen worden. In dit geval is op het moment van verkoop en afgifte van de cadeaubon onzeker welk goed gekocht zal worden zodat niet is vast te stellen welk BTW-tarief verschuldigd zal zijn. Dus is er pas BTW verschuldigd op het moment dat de voucher ook echt verzilverd wordt.

Vooruitbetaling van diensten

De wetswijziging verandert niets aan de BTW-behandeling van vervoerbewijzen en toegangskaartjes voor bioscopen en musea. In Nederland worden toegangskaartjes en vervoersbewijzen onder de huidige regelgeving gezien als een (vooruit)betaling van diensten waarbij de BTW verschuldigd is op het tijdstip van aankoop. Dit zal onder de nieuwe regelgeving over vouchers niet veranderen. De reden hiervoor is dat toegangskaartjes en vervoerbewijzen aan te merken zijn als vouchers voor enkelvoudig gebruik. Er is dus op het moment van aankoop BTW verschuldigd.

Zegels

De regeling over de BTW op zegeltjes blijft ongewijzigd. Ondernemingen die zegels verstrekken zijn BTW verschuldigd over de totale vergoeding of ontvangsten voor de goederen of diensten waarbij de zegels worden verstrekt. Een vermindering mag worden toegepast voor de verstrekking van zegels. Hierbij kunt u onderscheid maken tussen twee verschillende acties:

  • er zijn acties waarbij de zegels de onderneming geld kosten op het moment dat de zegels worden ingewisseld;
  • er bestaat het traditionele zegelsysteem waarbij de zegels de onderneming bij de uitgifte geld kosten.

Geldterugactie

In het geval dat de waarde van de zegels pas ten laste komt van de onderneming op het moment dat de klanten de zegeltjes inwisselen, mag de onderneming het BTW-bedrag van de ingewisselde zegels in mindering brengen op de verschuldigde BTW. Een voorbeeld hiervan is de geldterugactie. Alleen als de waardebon van de geldterugactie ook daadwerkelijk wordt ingeleverd kost dit de ondernemer geld. Als de waarde van de zegels al ten laste van de onderneming wordt gebracht vóór de verstrekking van de zegeltjes, brengt de onderneming de BTW over het bedrag van de door haar verstrekte zegels in mindering op de verschuldigde BTW. Daarbij is de verstrekking van de zegels het moment waarop de zegels zijn overhandigd aan degene die de zegelkorting toekomt.

Voucher meervoudig gebruik levert liquiditeitsvoordeel op

Het verkopen van vouchers voor meervoudig gebruik levert ondernemingen een liquiditeitsvoordeel op, omdat de betaling van BTW wordt uitgesteld. Dit kan een mogelijkheid zijn wanneer uw onderneming zowel goederen als diensten verkoopt die belast zijn met zowel 21% BTW als goederen en diensten die belast zijn met het verlaagd BTW-tarief. De onderneming kan bij verkoop van vouchers bepalen dat de vouchers voor alle goederen en diensten die zij verkoopt in te wisselen zijn.
Als in de algemene voorwaarden is opgenomen dat vouchers voor meervoudig gebruik verkocht kunnen worden, hoeft u pas BTW af te dragen op het moment dat de klant de voucher besteedt.