VERDIEPINGSARTIKEL

De nieuwe omzetgerelateerde vrijstellingsregeling in de BTW

In het wetsvoorstel Wet modernisering kleineondernemersregeling (KOR) uit het Belastingplan 2019 wordt voorgesteld om de KOR flink aan te pakken. Het doel van de aanpassing is de administratieve lasten van kleine ondernemers te beperken door de introductie van een vereenvoudigde vrijstellingsregeling. Wat houdt deze vrijstellingsregeling nu precies in?


3 april 2019 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online.


De huidige KOR is een regeling voor natuurlijke personen die ondernemer zijn en per jaar niet meer dan € 1.883 aan BTW verschuldigd zijn. Door deze regeling hoeft u geen of minder BTW af te dragen als u onder bepaalde BTW-grenzen blijft. Ook kunt u in aanmerking komen voor een ontheffing van de administratieve verplichtingen. Dit is het geval als u op jaarbasis, na aftrek van voorbelasting, niet meer dan € 1.345 aan BTW verschuldigd bent. Door deze ontheffing mag u geen BTW meer op uw facturen vermelden en de aan u in rekening gebrachte voorbelasting niet aftrekken. Deze KOR sluit hierdoor niet aan bij de omzetgerelateerde vrijstellingsregeling in de BTW-richtlijn 2006, die de meeste andere lidstaten toepassen.

Omzet

Het kabinet wil kleine ondernemers stimuleren en ondersteunen en de administratieve lasten voor hen verminderen. Daarom is besloten de huidige KOR aan te gaan pakken. Het is de bedoeling dat vanaf 2020 de omzet bepalend zal zijn voor de (eventuele) toepassing van de KOR. Het wetsvoorstel gaat uit van een omzetgrens van € 20.000. Het gaat daarbij om de omzet die u als in Nederland gevestigde ondernemer behaalt met leveringen van goederen en diensten die belastbaar zijn in Nederland, ongeacht het van toepassing zijnde tarief en ongeacht of de heffing is verlegd naar uw afnemer.

Nieuwe KOR niet toepassen bij nieuwe vervoermiddelen

De nieuwe KOR mag u niet toepassen op de levering van nieuwe vervoermiddelen die door of voor rekening van u of een afnemer worden verzonden of vervoerd naar een plaats in een andere lidstaat in het kader van de levering aan de afnemer. Ook mag u de vrijstelling niet toepassen op de levering van onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen en die door u in uw onderneming zijn gebruikt. Verder kunt u als u bewust kiest voor ontheffing van aangifte- en administratieve verplichtingen, niet worden aangewezen voor voldoening van de bij invoer verschuldigde BTW op aangifte.

Omzetgrens van € 20.000

Het gaat hier om een omzetgrens van € 20.000 per kalenderjaar. Hierdoor zijn de kosten voor de schatkist van de nieuwe regeling even hoog als de kosten van de huidige KOR. Deze omzetgrens blijft ook gelden als het eerste kalenderjaar feitelijk korter is, bijvoorbeeld twee maanden, omdat een ondernemer pas bijvoorbeeld in de maand november met zijn onderneming is gestart. De kern van de nieuwe regeling is dus dat als u onder de omzetgrens blijft en ervoor kiest om de nieuwe omzetregeling toe te passen, u geen BTW in rekening brengt aan uw afnemers. Daarentegen mag u de BTW die andere ondernemers aan u in rekening brengen niet in aftrek brengen. Kiest u voor de nieuwe regeling, dan bent u in principe ontheven van het doen van BTW-aangifte en de daarbij horende administratieve verplichtingen ten aanzien van de door u verrichte leveringen en diensten in Nederland.

Omzetdrempel EU-landen

Het omzetcriterium wordt in bijna alle andere EU-landen toegepast. Het bedrag van de omzet is in iedere lidstaat echter wel anders. Zo is de drempel in Duitsland € 17.500, in België € 25.000, maar in Italië is deze € 65.000. In Frankrijk gelden er weer een aantal drempels en lopen deze van € 33.200 tot € 82.800. Naast Nederland is alleen Spanje nog niet overgestapt naar een omzetvrijstelling binnen de EU.

Bv komt ook in aanmerking

Dit geldt ook voor intracommunautaire leveringen die u vanuit Nederland verricht. Wel gelden er administratieve verplichtingen en kunt u BTW verschuldigd zijn en aangifte moeten doen als de heffing van BTW naar u is verlegd, omdat bijvoorbeeld uw leverancier niet in Nederland is gevestigd. Ondernemers die voor toepassing van deze nieuwe facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van de BTW kiezen, veranderen dus van een BTW-belaste ondernemer in een BTW-vrijgestelde ondernemer. Momenteel komen dus alleen natuurlijke personen in aanmerking voor de KOR. De omzetgelateerde vrijstelling wordt echter ook toegankelijk voor niet-natuurlijke personen. Hierdoor kunnen dus stichtingen, verenigingen en bv’s, gebruikmaken van de regeling. De nieuwe regeling kunt u, net als de huidige KOR, alleen toepassen als u een ondernemer bent die in Nederland is gevestigd of in Nederland een vaste inrichting heeft en de omzet vanuit die vaste inrichting wordt gerealiseerd. U mag de regeling ook alleen maar toepassen op leveringen van goederen en diensten die u verricht in Nederland.

Boven omzetgrens uitkomen

Wat gebeurt er als u in de loop van het kalenderjaar boven de omzetgrens van € 20.000 uitkomt? U voldoet dan niet meer aan de voorwaarden. Hierdoor vallen alle leveringen en diensten die u gedaan heeft na de omzetoverschrijding niet langer onder de vrijstelling. Dan gaan dus weer de normale BTW-regels gelden en bent u ook verplicht e om BTW-aangifte te doen. U moet dan de inspecteur verzoeken om een uitnodiging tot het doen van aangifte. Ook moet u dan weer gaan voldoen aan uw administratieve verplichtingen.

Bezinningsperiode opgenomen

U kiest in principe voor onbepaalde tijd voor de nieuwe KOR. In het voorstel is echter een bezinningsperiode opgenomen. U kunt de vrijstelling vrijwillig opzeggen nadat deze ten minste drie jaren van toepassing is geweest, te rekenen vanaf het tijdvak waarin de toepassing van de vrijstelling ingaat. Na ingang van de vrijwillige opzegging van de nieuwe regeling kunt u pas na drie jaren weer in aanmerking komen voor hernieuwde toepassing van de vrijstelling, te rekenen vanaf het tijdvak waarin de toepassing van de vrijstelling door u is beëindigd.

Herzieningsregeling kan in beeld komen

Opteert u voor de nieuwe KOR, dan kunt u bij het ingaan van de vrijstelling te maken krijgen met een herziening van de eerder in aftrek gebrachte voorbelasting ten aanzien van investeringsgoederen, zoals onroerende zaken en bepaalde roerende zaken, bijvoorbeeld een computer. In lagere regelgeving is voor investeringsgoederen bepaald dat herziening achterwege blijft in het boekjaar waarin de BTW die voor aftrek in aanmerking komt, niet meer dan 10% verschilt van de in aftrek gebrachte BTW. In de ministeriële regeling wordt in navolging van bovenstaande opgenomen dat bij een sfeerovergang een herziening achterwege blijft als het bedrag lager is dan € 500.