VERDIEPINGSARTIKEL

Gevolgen van het verruimen van de sportvrijstelling voor de BTW

Is uw organisatie actief in de sport, dan kunnen de wijzigingen in de BTW u niet zijn ontgaan. Per 1 januari 2019 is de sportvrijstelling verruimd.

Dit heeft grote gevolgen voor de exploitatie van onder andere sporthallen, zwembaden, gymzalen, buitensportaccommodaties en andere sportaccommodaties van sportorganisaties. Gelukkig kunt u het verdwijnen van de BTW-aftrek wel compenseren met een subsidie.


31 juli 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online en Werner Altenaar, sectievoorzitter Vastgoed & Overheid, Björn de Smit, advocaat Vastgoed & Overheid en Sanne Koster, partner sectie Ondernemingsrecht bij Marxman Advocaten


De Belastingdienst kan uw sportorganisatie als ondernemer voor de BTW aanmerken. Een organisatie is namelijk ondernemer als ze zelfstandig een bedrijf of beroep uitoefent. De meeste organisaties voldoen hieraan en zijn dus ondernemer.

BTW-sportvrijstelling is gewijzigd

Dit wil alleen niet direct zeggen dat uw sportorganisatie ook BTW moet betalen over de goederen en diensten die u levert. In bepaalde gevallen gelden er namelijk vrijstellingen. Vóór
1 januari 2019 was de BTW-sportvrijstelling alleen van toepassing als uw organisatie diensten verrichtte aan leden.

Door ontwikkelingen in de rechtspraak heeft de overheid die vrijstelling per 1 januari 2019 gewijzigd. Het Europees Hof van Justitie bepaalde namelijk dat de vrijstelling ook moest gelden voor sportdiensten aan anderen dan leden.

In de oude vorm moest u bijvoorbeeld bij een training aan niet-leden over de vergoeding het lage BTW-tarief rekenenen. Die behandeling was volgens de Europese rechter in strijd met de BTW-richtlijn. De Nederlandse BTW-vrijstelling voor sport is daarom sinds 1 januari 2019 verruimd, zodat deze ook voor diensten aan niet-leden geldt.

Meer situaties vallen onder de sportvrijstelling

De wetgever heeft de vrijstelling nu als volgt geformuleerd: ‘diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding en die door instellingen worden verricht voor personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen’ zijn vrijgesteld. De ruimere formulering van deze vrijstelling zorgt ervoor dat nu veel meer situaties onder de regeling vallen.

Het gevolg is dat:

  • niet alleen verenigingen onder de vrijstelling vallen want de vrijstelling verwijst niet meer naar leden;
  • naast sportbeoefening valt ook lichamelijke opvoeding onder de vrijstelling;
  • de vrijstelling geldt ook voor diensten die noodzakelijk zijn voor de sportbeoefening en lichamelijke opvoeding. De terbeschikkingstelling of exploitatie van een accommodatie valt daar ook onder.

Meer diensten vallen onder de sportvrijstelling

De wetgever heeft de nieuwe sportvrijstelling zo geformuleerd dat ook diensten die nauw samenhangen met sportbeoefening en lichamelijke opvoeding onder de vrijstelling vallen (zie ook het kader hierboven). Dit betekent ook dat sinds 1 januari 2019 de BTW-behandeling voor de terbeschikkingstelling en exploitatie van sportaccommodaties door nietcommerciële exploitanten is gewijzigd.

Voor de BTW zijn deze diensten nu een zogenoemde vrijgestelde prestatie. Dit heeft gevolgen voor de aftrek van BTW op de aanleg, het onderhoud en de instandhouding van de sportaccommodaties van uw sportorganisatie.

BTW-nadeel kan worden gecompenseerd

De overheid heeft wel besloten om het BTW-nadeel, dat organisaties ondervinden als gevolg van de aanpassing van de BTW-sportvrijstelling, te compenseren. Uit de overgangsregeling blijkt dat organisaties de eerder in aftrek gebrachte BTW niet hoeven te herzien. Normaal gesproken zou dat wel het gevolg zijn bij een overgang van belast naar vrijgesteld in de BTW.

Daarnaast zijn er twee niet-fiscale subsidieregelingen opgetuigd: de ‘BOSA’ en de ‘SPUK Sport’. Wat houden deze regelingen precies in en hoe kan uw organisatie hiervan profiteren?

SPUK-regeling

De regeling Specifieke uitkering stimulering (SPUK) zorgt ervoor dat gemeenten, inclusief hun niet-winst beogende verzelfstandigde sportbedrijven en exploitanten van gemeentelijk vastgoed, in de periode 2019-2023 een subsidie kunnen aanvragen. De SPUK is dus een uitgebreide subsidieregeling.

U kunt alle materiaalkosten bedoeld voor de beoefening van directe en ondersteunende sportactiviteiten hierbij meenemen. Dit kan bijvoorbeeld het aanleggen van een kunstgrasveld of de bouw van een nieuwe sporthal zijn.

Uiteraard geldt de SPUK alleen voor kosten waarop BTW drukt, zoals onderhoudskosten, exploitatiekosten en de kosten voor het inhuren van extra arbeidskrachten. Interne loonkosten, verzekeringskosten, rente en afschrijvingen kunt u dus niet meenemen, omdat dit niet met BTW belast is.

De regeling subsidieert maximaal 17,5% van de bestedingen van uw organisatie, inclusief BTW. In 2019 is er € 152 miljoen subsidie beschikbaar.

BOSA

De subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) is bedoeld voor amateursportorganisaties. U krijgt een subsidie voor 20% van de kosten (inclusief BTW) voor de bouw, de aanschaf of het onderhoud. Er mag echter geen recht op aftrek van inkoop-BTW bestaan.

U kunt een aanvullende subsidie krijgen voor energiebesparende maatregelen of activiteiten die de toegankelijkheid van de accommodatie kunnen verbeteren. De extra subsidie bedraagt maximaal 15% van de kosten. Er geldt een maximum van € 2,5 miljoen per kalenderjaar per organisatie.

In 2019 is er € 87 miljoen subsidie beschikbaar. De subsidie wordt toegekend op basis van ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Daar komt bij dat subsidie niet lager kan zijn dan € 5.000. De kosten van uw organisatie moeten dus minimaal € 25.000 inclusief BTW zijn. De BOSA-regeling eindigt op 1 januari 2024 en het is onduidelijk of er daarna een nieuwe compensatieregeling komt.

Verdiep u in de BTW-problematiek

U moet zorgen voor voldoende kennis over de BTW-problematiek. Heeft u die kennis niet in huis, dan moet u zich laten adviseren over de gevolgen daarvan. Het is belangrijk om goed te kijken of u in aanmerking komt voor compensatie op basis van een van de subsidieregelingen.

Maak hierover goede afspraken met bijvoorbeeld de aannemer die het nieuwe sportcomplex bouwt, zodat u liquiditeitsproblemen kunt voorkomen. Houd hierbij rekening met de mogelijkheid dat de subsidieaanvraag van uw organisatie kan worden afgewezen.

Ook is het raadzaam om in kaart te brengen of uw sportorganisatie, gemeente of sportbedrijf voldoet aan alle voorwaarden, zodat geen terugvordering van de uitkering op de loer ligt.