VERDIEPINGSARTIKEL

Nieuwe BTW-regels voor afstandsverkopen per 1 juli 2021

Op 1 juli 2021 wijzigen de BTW-regels voor elektronische handel (e-commerce) in de gehele EU aanzienlijk. De nieuwe BTW-regels gelden ook bij grensoverschrijdende goederenverkopen en diensten aan particulieren.

Een van de belangrijkste onderdelen van de wijzigingen is de introductie van het éénloketsysteem (de nieuwe OSS-regeling ) voor de BTW-heffing. Daarnaast wordt de invoervrijstelling voor ondernemers van buiten de EU afgeschaft.


1 maart 2021 11 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door drs. Michel Toet MSC, fiscalist bij de Belastingdienst, mjma.toet@belastingdienst.nl


Met de wijzigingen voor de e-commerce willen de Europese Lidstaten voornamelijk de heffing en inning van BTW op grensoverschrijdende internetverkopen van goederen en diensten moderniseren en vereenvoudigen.

Daarnaast streven de Europese Lidstaten naar een vergroting van de BTW-inkomsten op grensoverschrijdende internetverkopen door voornamelijk de BTW-heffing op de verkoop van door niet in de EU gevestigde ondernemingen beter te kunnen belasten.

Dit moet ook leiden tot een eerlijker speelveld tussen EU-ondernemers en niet-EU ondernemers. Allereerst komen de huidige regels van afstandsverkopen aan bod zodat de gevolgen van de nieuwe regels meer duidelijk worden.

Regeling voor afstandsverkopen

Levert u als BTW-ondernemer goederen aan particulieren en laat u deze vervoeren naar een ander land, dan moet u in principe Nederlandse BTW in rekening brengen. Dit betekent dat als u goederen verkoopt aan een Duitse particulier en deze van Nederland naar Duitsland vervoert, u 21% BTW in rekening moet brengen.

Deze hoofdregel geldt echter niet als de regeling van afstandsverkopen van toepassing is. U moet deze regeling toepassen als u aan de onderstaande voorwaarden voldoet:

  1. de klant is een particulier of een rechtspersoon die geen BTW-ondernemer is;
  2. het vervoer van de goederen direct of indirect, moet door of voor rekening van de leverancier plaatsvinden;
  3. overschrijding van het drempelbedrag.

Alleen voor levering aan particulieren

De regeling van afstandsverkopen geldt alleen voor de levering van goederen aan particulieren en andere (rechts)personen. Onder de laatste categorie vallen in principe rechtspersonen die geen ondernemers zijn en rechtspersonen die uitsluitend van BTW vrijgestelde prestaties verrichten.

Onder zeer specifieke voorwaarden vallen andere (rechts)personen niet onder regeling van afstandsverkopen. In de praktijk kunt u ervan uitgaan dat als een (rechts)persoon zijn BTW-nummer niet verstrekt, hij onder de regeling van afstandsverkopen valt.

Een ondernemer hoeft de regeling niet toe te passen voor directe verkopen in zijn winkel

Direct of indirect vervoer

De tweede voorwaarde wil de regeling van afstandsverkopen van toepassing zijn, is dat het vervoer direct of indirect, door of voor rekening van de leverancier, plaatsvindt. Deze voorwaarde moet u heel ruim interpreteren. Dit wil zeggen dat u aan deze voorwaarde voldoet in alle gevallen dat u op enige wijze het vervoer van de goederen verzorgt of laat verzorgen.

Deze voorwaarde houdt in dat als een particulier een goed zelf laat vervoeren van de ene naar de andere lidstaat, de regeling van de afstandsverkopen niet geldt. Een ondernemer hoeft de regeling niet toe te passen voor de verkopen van goederen die hij in zijn winkel direct afgeeft aan zijn klant. In dat geval is hij immers niet betrokken bij het (eventuele) vervoer van de goederen.

Drempelbedrag per lidstaat

De regeling van afstandsverkopen geldt alleen als de omzet van de leveringen van de goederen, BTW uitgezonderd, naar dezelfde EU-lidstaat in het vorig kalenderjaar of het lopend kalenderjaar het drempelbedrag overschrijdt. Het drempelbedrag geldt dus per EU-lidstaat en dus niet voor alle leveringen aan particulieren en andere (rechts)personen die geen aangiften BTW doen.

Dit betekent concreet het volgende. U hoeft voor de leveringen van goederen die het drempelbedrag vorig of lopend kalenderjaar niet overschreden, de regeling van afstandsverkopen dus niet toe te passen. Als u voor het eerst het drempelbedrag overschrijdt, moet u voor de levering waardoor u het drempelbedrag overschrijdt en alle daaropvolgende leveringen niet langer Nederlandse, maar lokale BTW in rekening brengen.

Als u in het vorige kalenderjaar de drempel heeft overschreden in een EU-lidstaat, moet u voor alle leveringen van goederen die u vervoert of laat vervoeren naar diezelfde EU-lidstaat lokale BTW in rekening brengen. U kunt overigens wel een verzoek indienen om de drempelbedragen niet toe te passen.

Registreren in meerdere EU-landen

Als u goederen verkoopt aan particulieren in andere EU-lidstaten en deze goederen vanuit Nederland naar andere EU-lidstaten verzendt, is de kans groot dat u zich vanwege de regeling van afstandsverkopen in meerdere EU-lidstaten moet gaan registreren en aldaar aangifte BTW moet doen.

Dit kan voor ondernemers die via internet grensoverschrijdende verkopen van goederen verrichten leiden tot fors hoge kosten en tijd die is gemoeid met het voldoen aan aangifte- en betalingsverplichtingen in diverse EU-lidstaten.

Lokale fiscale vertegenwoordiger

Dit geldt in het bijzonder voor niet in de EU-gevestigde ondernemers die goederen invoeren in Nederland om deze vervolgens aan particulieren in de rest van de EU te verkopen. Veel lidstaten stellen namelijk de eis dat niet in de EU-gevestigde ondernemers een lokale fiscale vertegenwoordiger moeten aanstellen om zich lokaal voor de BTW te kunnen registreren om daar aangifte te doen en de verschuldigde BTW te voldoen.

U moet als Nederlandse ondernemer BTW voldoen in de lidstaat van de consument 

Lidstaat van de consument

Met ingang van 1 juli 2021 moet u als u goederen verkoopt aan particulieren BTW voldoen in de lidstaat van de consument. Dat wil zeggen in de lidstaat waar de goederen naar toe worden verzonden. Dit betekent dat u als Nederlandse ondernemer in principe altijd BTW moet voldoen in de lidstaat van de consument. Als u dus goederen verkoopt aan een particulier en deze verzendt naar Frankrijk, bent u Franse BTW verschuldigd.

Drempelbedrag

De EU wil met deze wijziging bereiken dat de BTW altijd toekomt aan de EU-lidstaat van bestemming en niet van verzending zoals nu het geval is, tenzij de drempel wordt overschreden. Om te voorkomen dat u BTW moet voldoen in de diverse EU-lidstaten voor een beperkte omzet of incidentele levering voert de wetgever een drempel van € 10.000 in.

Dit betekent dat als de omzet voor grensoverschrijdende leveringen en diensten in het lopende kalenderjaar niet hoger is dan € 10.000 en dat bedrag ook niet is overschreden in het voorafgaande kalenderjaar, u voor deze prestaties geen lokale BTW verschuldigd bent.

Let op bij de nieuwe drempel van € 10.000
Let wel even op: de nieuwe drempel van € 10.000 voor afstandsverkopen geldt niet per EU-lidstaat maar voor alle grensoverschrijdende goederenleveringen en diensten.

Volgende kalenderjaar

Deze, door de wetgever genoemde drempel voor kleine ondernemers moet ervoor zorgen dat u als Nederlandse ondernemer geen Duitse BTW verschuldigd bent voor een kleine levering aan een Duitse particulier.

Echter, op het moment dat u de drempel van € 10.000 overschrijdt bent u op dat moment in dat kalenderjaar, bijvoorbeeld op 1 december 2022, lokale BTW verschuldigd. In het daarop volgende kalenderjaar, is dit bijvoorbeeld 2023, bent u dan lokale BTW verschuldigd voor alle grensoverschrijdende goederenleveringen en dienstverrichtingen.

U moet zelf nagaan welk lokaal BTW-tarief u moet toepassen

Eénloketsysteem voor aangifte en betaling

De nieuwe regel dat u in principe BTW verschuldigd bent in de lidstaat van de consument leidt ertoe dat u zich in meer lidstaten moet registreren dan nu het geval is om aldaar BTW-aangiften te doen en BTW te voldoen. Ondernemers kunnen er echter voor kiezen om de buitenlandse BTW over deze internetverkopen in de eigen lidstaat aan te geven en te betalen via het zogenoemde éénloketsysteem.

Dit betekent dat als u bijvoorbeeld goederen verkoopt aan particulieren en deze verzendt vanuit Nederland naar acht EU-lidstaten, u de verschuldigde BTW in deze acht EU-lidstaten kan aangeven en betalen via het éénloketsysteem in Nederland.

Het éénloketsysteem is in dat opzicht een grote verlichting van de administratieve lasten om lokaal BTW te voldoen. U moet echter wel nagaan welk lokaal BTW-tarief u moet toepassen. In dat opzicht leidt het nieuwe systeem dus tot een verzwaring van de administratieve lasten.

MOSS-regeling

Verricht u als ondernemer op dit moment digitale diensten aan consumenten, dan bent u in principe BTW verschuldigd in de lidstaat waar de consument is gevestigd. Onder digitale diensten vallen elektronische diensten, telecommunicatiediensten en omroepdiensten.

Als EU-ondernemer geldt dat u alleen BTW bent verschuldigd in de lidstaat waar de consument is gevestigd voor zover de totale omzet van digitale diensten niet meer bedraagt dan € 10.000 en in het vorig kalenderjaar ook niet meer bedroeg dan dit bedrag.

De huidige regels leiden er bijvoorbeeld toe dat als u digitale diensten verricht aan consumenten in Frankrijk, Italië en Duitsland die in totaal meer bedragen dan € 10.000, u zich moet registreren voor de BTW in Frankrijk, Italië en Duitsland.

U kunt deze lokale BTW-registratie voorkomen door gebruik te maken van de ‘MOSS-regeling’, ook wel het éénloketsysteem genoemd. Maakt u gebruik van de MOSS-regeling, dan hoeft u slechts één aangifte te doen om de BTW die u in andere lidstaten verschuldigd bent aan te geven. Zo voorkomt u dat u zich vanwege het verrichten van digitale diensten moet registreren voor de BTW in de lidstaten waar uw consumenten zijn gevestigd.

Uitbreiding tot OSS-regeling

Met ingang van 1 juli 2021 wordt de toepassing van de MOSS-regeling uitgebreid tot alle diensten verricht aan consumenten waarvoor de BTW is verschuldigd in de lidstaten. Deze uitbreiding geldt onder meer voor personenvervoer- en verhuisdiensten aan consumenten in de lidstaten. En voor diensten aan onroerende zaken van consumenten in de EU, zoals diensten door architecten of makelaars. Na deze uitbreiding heet het de ‘OSS-regeling’.

De invoervrijstelling voor goederen met een waarde van € 22 of minder wordt afgeschaft

Afschaffing BTW-vrijstelling

Op dit moment past Nederland een BTW-vrijstelling toe op de invoer van goederen die via internet of postorder zijn verkocht waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan € 22 bedraagt. Onder intrinsieke waarde moet u verstaan de waarde van de goederen, exclusief verzekering en verzendkosten.

Deze BTW-vrijstelling leidt echter tot een ongelijk speelveld. Een Nederlandse ondernemer moet namelijk BTW berekenen over goederen met een waarde van minder dan € 22. Als een consument hetzelfde goed koopt via internet en dit wordt van buiten de EU ingevoerd, drukt er op dit goed geen Nederlandse BTW.

Daarom wordt met ingang van 1 juli 2021 de invoervrijstelling voor goederen met een waarde van € 22 of minder afgeschaft. Zo probeert de EU het concurrentievoordeel van de invoer van deze goederen met een waarde van € 22 of minder te beëindigen. Als een ondernemer dus straks goederen levert van buiten de EU en deze worden ingevoerd in Nederland, is per 1 juli 2021 BTW verschuldigd.

Frauderisico beperken

Met de afschaffing van deze invoervrijstelling probeert de EU het frauderisico te beperken. Bij het doen van aangifte van deze goederen wordt namelijk soms een te lage intrinsieke waarde door ondernemers opgegeven om zodoende niet boven de € 22-grens uit te komen en dus gebruik te kunnen maken van de huidige invoervrijstelling. Door de explosieve groei van verkoop via internet is het echter niet altijd mogelijk om na te gaan of partijen een te lage aangifte bij invoer doen.

Het schrappen van de BTW-invoervrijstelling kan leiden tot een verhoging van de administratieve lasten

Verhoging administratieve lasten

Het schrappen van de invoervrijstelling van BTW bij invoer van goederen met een intrinsieke waarde van € 22 leidt ertoe dat bij het verzenden van goederen door een ondernemer van buiten de EU naar een afnemer binnen de EU BTW verschuldigd gaat worden bij invoer. Dit kan leiden tot een flinke verhoging van de administratieve lasten voor zowel ondernemers als voor de belastingdiensten van alle EU-lidstaten. Denk aan de verhoging van de afhandelingskosten van dergelijke pakketjes!

Nieuwe invoerregeling I-OSS

Om dit te voorkomen komt er met ingang van 1 juli 2021 een nieuwe invoerregeling, ook wel I-OSS of invoer-OSS genoemd. Deze invoerregeling geldt voor afstandsverkopen vanuit buiten de EU met een intrinsieke waarde van € 150 of minder.

Deze waarde is gelijk aan de waarde waarvoor een vrijstelling van invoerrechten geldt voor kleine zendingen. De invoerregeling kan alleen worden toegepast voor goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier.

Invoerregeling geldt niet voor accijnsgoederen

De invoerregeling geldt overigens niet voor accijnsgoederen zoals wijn en tabaksproducten, omdat BTW is verschuldigd over de accijnzen. Daarnaast bestaat er geen vrijstelling van douanerechten voor accijnsgoederen.

Voor de invoerregeling is straks de plaats van levering van afstandsverkopen van buiten de EU dus anders. Door deze wijziging is de plaats van levering altijd de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst bij de consument.

Dit betekent dat als iemand de goederen verzendt vanuit China, deze tijdelijk worden opgeslagen in een magazijn in Nederland om uiteindelijk te worden verzonden naar de consument in Frankrijk, de plaats van levering van Frankrijk is en dus Franse BTW is verschuldigd.

Als de ondernemer kiest voor toepassing van de invoerregeling, moet hij in de EU altijd BTW aangeven voor de levering van deze goederen. Om dubbele heffing te voorkomen komt er wel een BTW-vrijstelling bij de invoer van goederen die een ondernemer levert met toepassing van de invoerregeling.

EU gevestigde tussenpersoon

Als een niet in de EU gevestigde ondernemer gebruik wil maken van de invoerregeling, moet hij in principe een in de EU gevestigde tussenpersoon aanwijzen.

Deze in de EU gevestigde tussenpersoon moet de verschuldigde BTW voor de niet in de EU gevestigde ondernemer in principe voldoen. Als de EU een overeenkomst voor wederzijdse bijstand heeft gesloten met het land waar deze niet in de EU gevestigde ondernemer is gevestigd, hoeft de niet-EU-ondernemer geen tussenpersoon aan te wijzen.

Vrijwillige regeling

Tot slot geldt dat de invoerregeling een vrijwillige regeling is. U hoeft als ondernemer deze regeling dus niet toe te passen. Als u de regeling niet toepast, bent u invoer-BTW verschuldigd in het land van invoer en moet u BTW afdragen in het land waar u de goederen levert aan de consument.

Bijzondere regeling voor post- en koeriersdiensten

Als partijen geen gebruik maken van de invoerregeling voor goederen met een intrinsieke waarde van € 150 of minder, moeten zij bij invoer BTW voldoen en een volledige douaneaangifte doen in de lidstaat waar de goederen worden ingevoerd. Meestal zijn het de post- en koeriersdiensten die deze aangiften voor de consumenten verzorgen. Om de lastenverzwaring voor post- en koeriersdiensten te beperken wordt een bijzondere invoerregeling geïntroduceerd voor deze ondernemers, die invoer en betaling moeten vereenvoudigen.

Platformfictie

Veel goederen worden verkocht via elektronische platforms. Elektronische platforms kunnen zelf goederen inkopen om deze vervolgens te verkopen aan consumenten, maar veel elektronische platforms treden op als bemiddelaars. Dit wil zeggen dat de elektronische platforms niet zelf de goederen verkopen, maar de verkoop slechts faciliteren. Daarvoor ontvangen zij vaak een commissie bij uiteindelijke verkoop van de goederen.

Met ingang van 1 juli 2021 komt er een zogenoemde platformfictie. Deze platformfictie houdt in dat als het platform slechts faciliteert/bemiddelt bij de verkoop, het platform voor de BTW-heffing toch wordt geacht de goederen in te kopen van de leverancier en vervolgens te verkopen aan de consument. Dus ook als de leverancier direct de goederen verkoopt aan de consument, wordt voor de BTW-heffing aangenomen dat de levering van deze goederen plaatsvindt door het platform.

Platforms worden verantwoordelijk voor de juiste heffing en inning van BTW

Voorwaarden platformfictie

De platformfictie is alleen van toepassing als het platform aan de volgende twee voorwaarden voldoet:

  • Het platform moet leverancier en de consument met elkaar in contact brengen.
  • De verkoop moet plaatsvinden via het platform, dat wil in de praktijk vaak zeggen dat de consument de order kan plaatsen via het platform.

De platformfictie geldt voor de verkoop van de volgende goederen:

  • Afstandsverkopen van goederen met een intrinsieke waarde van niet meer dan € 150 die zijn ingevoerd van buiten de EU.
  • Het faciliteren van intracommunau-taire afstandsverkopen of binnenlandse leveringen vanuit een opslagplaats in de EU door een ondernemer die is gevestigd buiten de EU.

Met de introductie van de platformfictie maakt de EU in feite veel platforms verantwoordelijk voor de juiste heffing en inning van BTW. Daarnaast leidt de platformfictie ertoe dat de belastingdiensten in de EU voor een groot deel van de verkoop van goederen alleen maar te maken hebben met platforms en niet met talloze leveranciers.