VERDIEPINGSARTIKEL

Suppletieaangifte voor de BTW

De kans is groot dat u momenteel druk bent met het opmaken van de jaarstukken over 2020. Dikwijls blijkt dan dat er door diverse oorzaken over een jaar te weinig of juist teveel BTW is aangegeven op de aangiften. De teveel aangegeven BTW kunt u terugvragen bij de Belastingdienst. En te weinig betaalde BTW moet u natuurlijk nog betalen. Dit moet u doen met een suppletieaangifte. Dien deze wel in voor 1 april om de belastingrente te voorkomen!


16 februari 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


In de wet is opgenomen dat wanneer u als BTW-ondernemer ontdekt dat u een aangifte over een tijdvak in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan waardoor er te veel of te weinig belasting is betaald, u een suppletieaangifte moet indienen met de juiste en volledige gegevens.

Een suppletieaangifte komt dus pas aan de orde op het moment dat u geconstateerd heeft dat er een onjuiste aangifte BTW is gedaan. Vaak zult u dit pas ontdekken bij het opmaken van de jaarrekening.

Wettelijke verplichting

Tijdens deze werkzaamheden kan blijken dat u te weinig of juist te veel BTW heeft aangegeven of dat u een bepaalde aangifte onjuist invulde. Maar dit is niet het enige moment waarop een suppletie aan de orde kan komen. Sinds 2012 heeft u als BTW-ondernemer de wettelijke verplichting de Belastingdienst te informeren wanneer eerder ingediende BTW-aangiften niet volledig of incorrect zijn.

Op grond van deze informatieplicht moet de suppletieaangifte worden gedaan zodra is geconstateerd dat de BTW-aangifte onjuist of onvolledig is. Dit kan dus veel eerder zijn dan tijdens het opmaken van de jaarrekening.

Tijdvak of jaar corrigeren

Met de suppletieaangifte kunt u:

  • een BTW-aangifte over een bepaald tijdvak corrigeren. Vermeld dan op het formulier het tijdvak en de gecorrigeerde gegevens die voor dat tijdvak gelden.
  • een BTW-aangifte over een heel kalenderjaar of boekjaar corrigeren

Naheffingsaanslag of verzoek om teruggaaf

De suppletieaangifte moet u digitaal indienen bij de Belastingdienst. De termijn voor het indienen van een suppletieaangifte is vijf jaar. De aangifte leidt tot een naheffingsaanslag (bij te weinig betaalde BTW) of wordt behandeld als een ambtshalve verzoek om teruggaaf. In tegenstelling tot de normale BTW-aangifte hoeft u het verschuldigde bedrag pas na ontvangst van de naheffingsaanslag te betalen.

Geen belastingrente tot 1 april

Geeft u vrijwillig vóór 1 april 2021 de correctie voor te weinig aangegeven BTW van 2020 aan en betaalt u deze ook, dan bent u geen belastingrente verschuldigd.Als het bedrag van de correctie lager is dan € 1.000 (positief of negatief), is het toegestaan deze correctie te verwerken in de eerstvolgende aangifte BTW. Hiervoor hoeft u dan geen afzonderlijke suppletieaangifte in te dienen.

Wettelijke aangiftetermijn is nog niet verstreken

Doet u een suppletieaangifte over een tijdvak waarvan de wettelijke aangiftetermijn nog niet is verstreken? Dan betaalt u het verschuldigde bedrag voor de uiterste betaaldatum van dat aangiftetijdvak. U hoeft niet te wachten op een naheffingsaanslag. De belastingdienst verwerkt dit als een verbeterde aangifte. U moet dan wel het betalingskenmerk van het aangiftetijdvak gebruiken.

Wanneer geen boete

De inspecteur kan u, naast de naheffingsaanslag, ook een boete opleggen omdat u niet aan uw BTW-verplichtingen voldaan heeft. Daarbij kan hij onderscheid maken tussen de verzuimboete en de zwaardere vergrijpboete.

U krijgt geen verzuimboete door de inspecteur opgelegd als:

  • u de suppletieaangifte tijdig heeft gedaan. Tijdig wil zeggen binnen een maand na het einde van het tijdvak waarin de schuld is ontstaan;
  • er sprake is van een vrijwillige verbetering en het bedrag dat u nog aan BTW moet betalen, € 20.000 of lager is en/of het bedrag dat u nog moet betalen niet meer is dan 10% van de BTW die u heeft betaald
  • er sprake is van afwezigheid van alle schuld (AVAS). Als er te weinig BTW is betaald, wordt er in principe vanuit gegaan dat geen sprake is van AVAS. Om geen boete te krijgen, moet u dus stellen en bewijzen dat hiervan wel sprake is. De Hoge Raad heeft gesteld dat sprake is van AVAS als u geen enkel verwijt treft. De AVAS kan bijvoorbeeld worden ingeroepen als de BTW niet is betaald, omdat de bank nalatig is geweest.
U moet zelf in actie komen om onder een boete uit te komen

Vrijwillige verbetering

Van een vrijwillige verbetering is sprake als u de suppletieaangifte indient voordat u weet of redelijkerwijs kunt vermoeden dat de Belastingdienst met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. Bijvoorbeeld voordat de Belastingdienst een boekenonderzoek heeft aangekondigd.

Er is echter pas sprake van een vrijwillige verbetering als u de Belastingdienst schriftelijk op de hoogte heeft gebracht van de te weinig afgedragen BTW. Alleen het opnemen van een schuld op de balans met de te weinig betaalde BTW is niet genoeg om van een vrijwillige verbetering te kunnen spreken. Doordat de schuld op de balans staat, wordt duidelijk aangegeven dat er te weinig BTW is afgedragen. U moet dus in actie komen om onder een boete uit te komen.

Als de fiscus zelf achteraf vaststelt dat er te weinig BTW is afgedragen, krijgt u wel een boete opgelegd. U kunt dan een verzuimboete krijgen van 5% van het BTW-bedrag dat u moet betalen. De hoogte van de verzuimboete is maximaal € 5.514.

Vergrijpboete gerechtvaardigd

De rechter heeft al beslist dat in zo’n geval een vergrijpboete van 50% gerechtvaardigd is als de inspecteur naar aanleiding van een boekenonderzoek een naheffingsaanslag oplegt op basis van de balansgegevens. Het is daarom altijd van belang om eerst een suppletie in te dienen voordat de jaarstukken worden ingediend. Zo voorkomt u dat u een vergrijpboete krijgt opgelegd.

Een vergrijpboete wordt aan u opgelegd als te weinig is betaald of teveel is terugontvangen en er sprake is van grove schuld of opzet. Het is aan de inspecteur om te bewijzen dat daar sprake van is.

Als de inspecteur opzet of voorwaardelijke opzet denkt te kunnen bewijzen, legt hij een boete op van 50% van het te weinig betaalde bedrag. Bij grove schuld is dit 25%. De feiten en omstandigheden van het gevalbepalen hoe hoog de boete wordt. In sommige gevallen kan de boete zelfs oplopen tot 100%.

Wanneer suppletieformulier niet gebruiken

In de volgende situaties mag u het suppletieformulier niet gebruiken:

  • Bij een intracommunautaire verwerving: u doet zaken met buitenlandse ondernemers en heeft zowel in Nederland als in een ander EU-land aangifte gedaan van een intracommunautaire verwerving en u heeft recht op een teruggaaf. Stuur dan een brief naar uw belastingkantoor met uw verzoek om teruggaaf van BTW.
  • Bij toepassing van de margeregeling: past u de margeregeling toe en heeft u recht op een BTW-teruggaaf door de jaarglobalisatie? Stuur dan een brief met uw verzoek naar uw belastingkantoor.