VERDIEPINGSARTIKEL

Vergis u niet in de BTW verleggingsregeling

Als u een goed levert of een dienst verricht, bent u daarover in principe BTW verschuldigd. In sommige gevallen is het echter de afnemer van het product of de dienst die de BTW moet aangeven en afdragen aan de Belastingdienst.

Bij deze verleggingsregeling − wettelijk verplicht bij een aantal leveringen en diensten – verlegt u de BTW naar de afnemer. In de praktijk gaat dit helaas niet altijd goed, met alle gevolgen van dien.


14 juli 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Als u de BTW niet naar een afnemer verlegt terwijl dit wel moet, is de verkoopfactuur onjuist en kan de Belastingdienst een boete van € 5.514 opleggen. Ook als u een prestatie afneemt en de naar uw onderneming verlegde BTW niet juist aangeeft, kunt u te maken krijgen met vervelende gevolgen. De Belastingdienst kan u het recht op BTW-aftrek van de betreffende factuur dan weigeren.

Beschikt uw afnemer over een BTW-identificatienummer en verricht u een van de volgende prestaties, dan bent u verplicht op de factuur de BTW naar uw afnemer verleggen:

  • leveringen en diensten bij onderaanneming en uitlening van personeel in de bouw, de scheepsbouwen, de metaalconstructie;
  • leveringen van onroerende zaken waarbij de verkoper en de koper hebben gekozen voor belaste levering;
  • levering en bewerking van afvalstoffen;
  • levering van beleggingsgoud;
  • overdracht van broeikasgasemissierechten;
  • levering tot executie van zekerheid;
  • verlegging bij mobiele telefoons, chips, spelcomputers, tablets en laptops als de totale waarde per order € 10.000 of meer bedraagt (exclusief BTW);
  • verlegging bij telecommunicatiediensten.

Verplicht verleggen

Sinds 1 september 2017 moet de BTW verplicht worden verlegd als de aanbieder en afnemer van de telecommunicatiedienst beiden in Nederland gevestigd zijn, de afnemer BTW-ondernemer is en zelf ook telecommunicatiediensten verricht.

Onderaanneming

Met name de situatie waarin de BTW moet worden verlegd naar de afnemer omdat er sprake is van onderaanneming komt in de praktijk regelmatig voor.

De verleggingsregeling bij onderaanneming is van toepassing als:

  • de opdrachtgever aannemer of eigenbouwer is, en
  • er sprake is van een werk van stoffelijke aard met betrekking tot een onroerende zaak.
  • Als er aan de hier bovengenoemde voorwaarden is voldaan én een van de onderstaande situaties zich voordoet, is de verleggingsregeling toch niet van toepassing:
  • Er is overeengekomen een bestaand product te leveren en te monteren, waarbij de uitvoering van het werk ondergeschikt is aan de overeengekomen levering van een product.

De onderaannemer voert zijn deel van het werk voor meer dan de helft uit op de plaats waar het onderneming is gevestigd.

Voorbeeld onderaanneming

Een voorbeeld van onderaanneming en verlegging: Bouw bv werkt in opdracht van een projectontwikkelaar aan de nieuwbouw van vier woningen in een nieuwbouwwijk. Bouw bv geeft aan Dak bv de opdracht om de daken op de woningen aan te leggen. Dak bv brengt op de factuur aan Bouw bv voor de werkzaamheden die zij aan de daken heeft verricht geen BTW in rekening,maar verlegt de BTW naar Bouw bv.

Aannemer

De aannemer is degene die voor een opdrachtgever een werk van stoffelijke aard uitvoert dat betrekking heeft op onroerende zaken.

Maar ook degene die zonder opdracht van een opdrachtgever in zijn normale bedrijfsuitoefening een werk van stoffelijke aard uitvoert (de zogenoemde eigenbouwer) moet als aannemer worden aangemerkt. Een voorbeeld van een eigenbouwer is de woningcorporatie die het onderhoud aan haar woningen gewoonlijk (mede) met eigen werknemers uitvoert, maar dit ook deels uitbesteed. De woningcorporatie die zelf geen onderhoud uitvoert en daar ook onvoldoende kennis voor in huis heeft, is dus geen eigenbouwer.

Het begrip werk van stoffelijke aard moet u ruim opvatten. Een werk van stoffelijke aard wil zeggen het tot stand brengen van een stoffelijk werk of het bewerken van een stoffelijke zaak. Voorbeelden van werkzaamheden van stoffelijke aard zijn:

  • de aanleg van wegen, waterstaatswerken;
  • bestratingen;
  • het leggen van leidingen;
  • grondbewerking;
  • het onderhoud van huizen;
  • het leggen van vloeren;
  • het aanbrengen van dakbedekkingen.

De uitvoering van het werk zal vaak ondergeschikt zijn aan een geleverd product als de kosten van installatie van een product gering zijn ten opzichte van de kostprijs van het geleverde product. Waar de grens ligt is helaas niet exact te zeggen.

Uitlenen

Bij uitlening van personeel in de bouw, de scheepsbouwen en de metaalconstructie is de verleggingsregeling van toepassing als:

  • personeel met behoud van de dienstbetrekking ter beschikking wordt gesteld aan een derde, en
  • het uitgeleende personeel werkzaam is bij de uitvoering van een werk van stoffelijke aard met betrekking tot een onroerende zaak.

Wanneer is nu aan de voorwaarde dat sprake moet zijn werkzaamheden bij de uitvoering van een werk van stoffelijke aard voldaan? Het uitgeleende personeel moet direct betrokken zijn bij de realisering van het werk van stoffelijke aard en de daarmee nauw samenhangende werkzaamheden. Is aan de voorwaarden voldaan, dan moet u de BTW op het uitlenen van personeel verplicht verleggen naar de afnemer.

Voorbeeld van het uitlenen van personeel en verlegging

Bij de verhuur van machines met bedienend personeel is op het ter beschikking stellen van het personeel de verleggingsregeling van toepassing als dat personeel onder leiding of toezicht van de inlener werkzaam is. Er is geen sprake van leiding of toezicht van de inlener als het verhuurde materiaal van zodanige aard is dat de bediening ervan bijzondere eisen stelt aan de kennis en de ervaring van het personeel, terwijl de inlener zelf die kennis en ervaring niet heeft.

Risico’s

Verlegt u de BTW niet waar u dat wel had moeten doen, dan kunt u een boete van de Belastingdienst opgelegd krijgen vanwege een onjuiste verkoopfactuur. De boete kan oplopen tot wel € 5.514. Ook als u de BTW verlegt waar dat niet moest, kunt u een BTW-naheffingsaanslag (met een eventuele boete) opgelegd krijgen omdat u dan te weinig BTW heeft afgedragen.

Verlegging in de aangifte

In de BTW-aangifte geeft de afnemer de verlegde BTW aan bij vraag 2a, en brengt deze in aftrek bij vraag 5b. De leverancier geeft de omzet waarbij de BTW is verlegd naar de afnemer aan bij vraag 1e van de BTW-aangifte.

Factuur
Vermeld op de BTW-aangifte naast het BTW-identificatienummer van de afnemer ook de woorden ‘BTW verlegd naar afnemer, artikel 12 lid 5 Wet OB’. Vermeld geen BTW-tarief of BTW-bedrag op de factuur!

Afnemer

Brengt u als afnemer de BTW die op de verkoopfactuur in rekening is gebracht in aftrek, terwijl de BTW verlegd had moeten worden? Dan kan de Belastingdienst de BTW-aftrek verbieden. Ook als de BTW ten onrechte naar u is verlegt, kan de Belastingdienst u het recht op BTW-aftrek van de verlegde BTW weigeren. Opletten dus met de verleggingsregeling!