Afstandsbeperking 30%-regeling naar Hof EU

De Hoge Raad heeft het Europees Hof van Justitie gevraagd om uitspraak te doen over de afstandsbeperking die sinds vorig jaar in de 30%-regeling bestaat. Pas daarna wil de Hoge Raad een definitieve beslissing nemen over de geldigheid ervan.

21 augustus 2013 | Door redactie

In het bericht ‘Nog steeds geen 30%-regeling bij grensarbeid’ las u dat de advocaat-generaal van de Hoge Raad een conclusie had getrokken over de zogenoemde afstandsbepaling van de 30%-regeling. Deze bepaling stelt dat buitenlandse werknemers alleen voor een forfaitaire vergoeding voor extraterritoriale kosten in aanmerking komen als ze vóór hun baan in Nederland op een afstand van minimaal 150 kilometer van de Nederlandse grens woonden.

Onderscheid op grond van nationaliteit?

Volgens de advocaat-generaal maakte deze afstandsbeperking geen inbreuk op het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Unie (EU). Voordat de Hoge Raad deze conclusie overneemt of verwerpt, heeft ze de zaak toch eerst nog even voorgelegd aan het Europees Hof van Justitie. Die moet aangeven of de 150-kilometergrens een indirect onderscheid op grond van nationaliteit oplevert. Als dat volgens het Europees hof het geval is, wil de Hoge Raad nog weten of dit een verboden onderscheid is.

Zaak geschorst tot uitspraak Europees hof

De Hoge Raad wacht met het nemen van een definitieve beslissing totdat het Europees hof uitspraak heeft gedaan. Tot die tijd is de zaak geschorst.
Prejudiciële vragen Hoge Raad, 9 augustus 2013, ECLI (verkort): 474