Gecombineerde vergunning voor arbeidsmigrant

Afgelopen week heeft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) naar de Tweede Kamer gestuurd. Werkgevers hoeven straks maar één procedure te starten om arbeidsmigranten in Nederland te kunnen laten werken en wonen. Nu moeten er nog twee verschillende vergunningen aangevraagd worden: één bij UWV en één bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

9 oktober 2013 | Door redactie

Het wetsvoorstel Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (de GVVA) combineert de verblijfsvergunning en de tewerkstellingsvergunning. Hierdoor hoeven werkgevers die arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie aannemen straks maar één vergunning aan te vragen voor het werken en wonen in Nederland. Waarschijnlijk treedt de GVVA begin 2014 in werking. De Immigratie- en Naturalisatiedienst zal de nieuwe vergunning gaan uitgeven.

Vergunning bij een verblijf van langer dan drie maanden

De GVVA is een verblijfsvergunning met een aanvullend document. In dat document staat bij welke werkgever de arbeidsmigrant mag werken. Ook zijn hierin de voorwaarden opgenomen waaronder de arbeidsmigrant arbeid verricht, zoals het loon. Zowel de werkgever als de migrant kan de GVVA aanvragen. Een voorwaarde voor de GVVA is dat de migrant langer dan drie maanden in Nederland gaat werken. Werknemers die korter dan drie maanden in Nederland werken hebben geen verblijfsvergunning nodig, maar wel een visum.

Niet iedereen kan een GVVA aanvragen

Voor sommige arbeidsmigranten geldt de GVVA niet. Er moeten dan nog steeds twee afzonderlijke procedures worden gestart voor een verblijfsvergunning (IND) en een tewerkstellingsvergunning (UWV). Migranten die nog steeds een aparte tewerkstellingsvergunning nodig hebben zijn: asielzoekers, studenten, seizoensarbeiders en Kroaten. Kennismigranten hebben nog steeds alleen een verblijfsvergunning nodig en geen tewerkstellingsvergunning.