Achterliggende factoren burn-out onderzocht

Het aantal werknemers met burn-outklachten stijgt nog steeds, en deze stijging blijkt te zijn ingezet in 2013. TNO is bezig met een onderzoek naar de achterliggende oorzaken, en de eerste tussentijdse resultaten daarvan zijn deze week bekend geworden.

9 januari 2020 | Door redactie

De toename van werknemers met burn-outklachten is nog niet tot stilstand gekomen. Integendeel, er blijkt al sinds 2013 een stijgende trend in dergelijke klachten te zijn. Omdat burn-outklachten vaak ontstaan door een combinatie van oorzaken op het werk én de privésituatie, moet de oplossing in samenwerking tussen diverse partijen gezocht worden. Maar het begint allemaal met een grondige inventarisatie van factoren die invloed op het probleem hebben. Hier heeft TNO zich over gebogen.

Arbeidsomstandigheden wegen zwaar

Uit de tussentijdse rapportage blijkt dat burn-outklachten niet uitsluitend aan het werk kunnen worden toegeschreven. Ook maatschappelijke ontwikkelingen en persoonlijkheidskenmerken spelen een rol. Maar arbeidsomstandigheden (tool) wegen dus wel zwaar. TNO noemt als voorbeelden hoge taakeisen, weinig steun van de leidinggevende, weinig zelfvertrouwen in het werk, een slechte financiële situatie of ontevredenheid over het salaris, minder veerkracht en onvrede met de werk-privébalans.   

Alle leeftijdsgroepen

Sekse, leeftijd en opleidingsniveau zijn niet als afzonderlijke factoren aan te wijzen. Weliswaar zijn laagopgeleide vrouwen in de leeftijdsgroep 25 t/m 34 jaar een risicogroep, maar werknemers uit alle leeftijdsgroepen ervaren burn-outklachten. Werken in het onderwijs, de ict, de industrie en de zorg levert een flinke bijdrage tot het ontwikkelen van burn-outklachten.

Bijlagen bij dit bericht