Cao-lonen stijgen harder dan inflatie

Nieuwe collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) laten zien dat de lonen gemiddeld harder stijgen dan de inflatie. Veel werknemers gaan er dus op vooruit! Mei 2018 was de derde achtereenvolgende maand waarin dit het geval was.

21 juni 2018 | Door redactie

Werkgeversorganisatie AWVN meldde onlangs dat de loonafspraken in nieuw overeengekomen cao’s in mei gemiddeld 2,51% gestegen zijn. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de inflatie in mei met 1,7% steeg. Werknemers gaan er dus ondanks deze inflatie gemiddeld nog 0,8 procentpunt op vooruit.

Drie maanden op rij beter dan inflatie

Mei is de derde maand op rij dat nieuwe loonafspraken voor werknemers gunstig uitpakken. In maart en april 2018 stegen de loonafspraken gemiddeld respectievelijk 2,55% en 2,56%, zo blijkt uit de cao-kijker van AWVN, terwijl de inflatie respectievelijk 1,1% en 1,0% was. Tot nu toe is de gemiddelde stijging van alle cao-loonafspraken die in 2018 gemaakt zijn 2,27%, maar dit cijfer loopt snel op.

Mogelijke oorzaak: krapte

Dat de loonafspraken steeds meer stijgen (tool), kan verschillende oorzaken hebben. Allereerst gaat het natuurlijk beter met de economie, waardoor werkgevers over het algemeen financiële ruimte hebben voor loonsverhogingen. Daarnaast komen er steeds meer sectoren bij waarin er sprake is van moeilijk invulbare vacatures: krapte op de arbeidsmarkt dus. Werkgevers willen daardoor hun huidige werknemers graag binnen houden. Aantrekkelijke lonen zijn een manier om dat te doen.

Ook duurzame inzetbaarheid van belang

Naast aantrekkelijke lonen maken werkgevers- en werknemersorganisaties ook vaak afspraken over duurzame inzetbaarheid en flexibel omgaan met bijvoorbeeld werktijden en werkplekken.
Tot nu toe zijn er in 2018 182 nieuwe cao-akkoorden gesloten. In de bouw is de loonstijging het hoogst: werknemers gaan er daar gemiddeld 2,94% op vooruit. Werknemers in de detailhandel die dit jaar een nieuwe cao gekregen hebben, profiteren het minst. Voor hen blijft de loonstijging beperkt tot gemiddeld 1,67%.