OR heeft soms instemmingsrecht op gedragscode cao

De meeste cao’s bevatten ook gedragscodes. De OR controleert welke onderdelen van deze gedragsregels raakvlakken hebben met de instemmingsplichtige onderwerpen uit artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR).

29 juni 2018 | Door redactie

Zowel werkgevers als werknemers moeten zich houden aan een gedragscode. Een voorbeeld van zo’n gedragscode voor werkgevers zijn regels rond werving en selectie die ervoor moeten zorgen alle sollicitanten gelijke kansen hebben. Een bekend voorbeeld van gedragsregels voor werknemers zijn gedragscodes gewenst en ongewenst gedrag die psychosociale arbeidsbelasting (PSA) (tools), zoals agressie, intimidatie en discriminatie, moeten voorkomen of beperken. Ook disciplinaire maatregelen, zoals schorsing, ontslag en berisping maken vaak deel uit van zulke gedragscodes in de cao.

OR heeft soms instemmingsrecht op gedragscode

Voor een gedragscode die alleen maar gaat over integer gedrag is in principe geen instemming (tools) vereist van de OR. Als de gedragscode wordt aangevuld met bepalingen die betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden, heeft de OR op basis van artikel 27, lid 1d WOR wel instemmingsrecht. Ook gedragscodes die onder andere zijn gericht op controle en beoordeling van persoonlijk gedrag zijn op basis van artikel 27, lid 1l WOR instemmingsplichting.

OR weet wat er speelt op de werkvloer

Het is nuttig als de OR is betrokken bij het opstellen van de gedragscode. De OR weet immers wat er speelt op de werkvloer en kan helpen om de gedragscode goed af te stemmen op de specifieke situatie binnen de organisatie of afdeling. Bovendien is de kans op instemming groter als de OR de kans gehad heeft mee te denken over de invulling en uitvoering van de gedragscode en ook de belangen van de achterban zijn behartigd.