VERDIEPINGSARTIKEL

Centrale ondernemingsraad (COR) in de praktijk

In grote organisaties met meerdere ondernemingsraden kan de bestuurder een centrale ondernemingsraad (COR) instellen. Dat komt de toepassing van de Wet op de ondernemingsraden ten goede als de zeggenschap over de organisatie centraal georganiseerd is en de ondernemer besluiten neemt die voor meerdere organisaties gelden. Om daadwerkelijk tot goede medezeggenschap te komen, is het wel cruciaal dat de ondernemingsraden en de COR goed met elkaar samenwerken.


6 juli 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Het is formeel de ondernemer die een centrale ondernemingsraad instelt. Voorafgaand daaraan vraagt hij aan de ondernemingsraden in het concern of ze het daarmee eens zijn. Bij bezwaren kan er vrijwillige bemiddeling bij de bedrijfscommissie (verdiepingsartikel) worden gevraagd of een uitspraak van de kantonrechter.

Natuurlijk kunnen ook de ondernemingsraden zelf het initiatief nemen om een COR in te stellen. Ze moeten dan wel de concernbestuurder zien te overtuigen van nut en noodzaak om een COR in te stellen.

Let op: de afkorting GOR staat voor groepsondernemingsraad. Dat is iets anders dan een gemeenschappelijke OR. Bij de gemeenschappelijke OR is er geen aparte OR per vestiging. In plaats daarvan is er één gemeenschappelijke OR voor de verschillende ondernemingen samen (artikel 3 WOR).

Noodzaak voor een COR

Die noodzaak wordt vooral duidelijk als er regelingen worden ingevoerd die voor alle organisaties van het concern van toepassing zijn. Zonder COR zou elke OR apart moeten instemmen met de voorgestelde regeling. Dat is heel arbeidsintensief en tijdrovend.

Bovendien ontstaan er problemen als één of meer raden niet instemmen en andere wel. Met een COR zou één instemmingsverzoek volstaan. De COR behandelt dan het instemmingsverzoek en de bestuurder kan de regeling – als de COR instemt – voor het gehele concern invoeren.

De eerste COR heeft een voorlopig reglement nodig met daarin de samenstelling en zetelverdeling. Net als bij een OR-reglement moet u het voorlopige reglement ook voor commentaar naar de betrokken vakorganisaties sturen. De SER heeft een voorbeeldreglement voor de COR gepubliceerd. Dit kunt u downloaden op SER.nl. Als de eerste COR gekozen is, stelt die zelf een definitief reglement vast.

Een groepsondernemingsraad of een gemeenschappelijke?

Artikel 34 WOR biedt naast het instellen van een COR ook de optie om voor onderdelen een groepsondernemingsraad in te stellen (GOR). Als een organisatie bestaat uit verschillende divisies, kan een divisie bestaan uit meerdere ondernemingen waarin een OR actief is. De bestuurder kan dan een GOR instellen voor het niveau van deze divisie.

 

Een voorwaarde daarbij is wel dat de divisie een eigen leiding heeft, want dat is de overlegpartner van de GOR.

Samenstelling van de COR

Artikel 34, lid 1 WOR schrijft voor dat uit iedere onderliggende OR ten minste één persoon zitting heeft in de COR. Bij grote organisaties met veel ondernemingsraden kan dat een COR met heel veel leden opleveren, waardoor er een onwerkbare situatie ontstaat.

Dat probleem kunt u deels ondervangen door groepsondernemingsraden (GOR) in te stellen, waarin de ondernemingsraden vertegenwoordigd zijn. De COR wordt dan samengesteld uit leden van de GOR’s of in een combinatie van GOR- en OR-leden.

Het aantal zetels van de COR is niet bepaald in de Wet op de ondernemingsraden (WOR), maar stemt u af in overleg met de concernbestuurder. In principe bent u vrij om het aantal leden te bepalen, maar u moet de wijzigingen in de samenstelling van de COR bij een volgende zittingsperiode met uw bestuurder overeenkomen.

In het reglement kunt u vastleggen dat plaatsvervangers zonder voorafgaande toestemming van de ondernemer in de COR kunnen plaatsnemen. Overigens is het óók mogelijk om voor de organisaties in het concern waarvoor geen OR is ingesteld een zetel in de COR te reserveren. Bij geschillen over de zetelverdeling is de algemene klachtenprocedure van toepassing (artikel 36 WOR).

COR-verkiezingen houden

Net als voor een OR wordt ook de samenstelling van een COR bepaald door geheime verkiezingen (artikel 9, lid 1 WOR). De kandidaten voor een zetel in de COR kunnen alleen gekozen worden uit de ondernemingsraden binnen het concern. De precieze zetelverdeling legt u vast in het COR-reglement.

Om het veelvuldig aan- en aftreden van COR-leden te voorkomen, is het van belang om de zittingstermijnen van de ondernemingsraden in het concern op elkaar af te stemmen. Als de OR-verkiezingen (toolbox) tegelijkertijd plaatsvinden, kan in één keer uit de nieuw gekozen ondernemingsraden een COR gekozen worden.

Zo kunnen de COR-leden een gezamenlijke start maken, taken verdelen en werkafspraken maken, zonder dat er telkens COR-leden vertrekken omdat de zittingstermijn van hun OR afloopt.

Stelt u een COR in, maak dan met de onderliggende ondernemingsraden afspraken over het aanpassen van hun lopende zittingstermijn, zodat voor het gehele concern op het zelfde moment OR-verkiezingen georganiseerd kunnen worden. Meestal zal dat een verkorting van de huidige zittingstermijn betekenen; in sommige gevallen een beperkte verlenging. Als in de OR-reglementen het aantal zittingstermijnen wordt beperkt, geldt dit automatisch ook voor de termijnen in de COR.

Wanneer is de COR bevoegd en wanneer de OR?

Artikel 35 WOR regelt dat een voorgenomen besluit maar op één overlegtafel voor advies- of instemming wordt voorgelegd. Over voorgenomen besluiten die voor meer dan de helft van alle organisaties in het concern van toepassing zijn, buigt de COR zich samen met de concernbestuurder.

Alle voorgenomen besluiten die niet aan deze voorwaarden voldoen, komen op de overlegtafel van de ondernemingsraden terecht waarop het besluit betrekking heeft.

Tips voor een goede samenwerking

Een aantal tips om tot een goede samenwerking tussen de OR, de centrale OR en de groepsondernemingsraad te komen:

 

  • Zet de COR-zaken als vast punt op de agenda van uw OR-vergaderingen.
  • Zorg dat alle OR-leden toegang krijgen tot de agenda’s en notulen van de COR en GOR. Doe dat ook voor de adviesaanvragen en instemmingsverzoeken die de COR en GOR ontvangen. Zo weten alle OR-leden wat er speelt en kunnen ze agendapunten voor de OR-vergaderingen voorbereiden.
  • Zorg dat de COR-leden de agendapunten goed voorbereiden. Dat vraagt niet alleen om het delen van de juiste informatie, maar ook om een zorgvuldige oordeel- en besluitvorming over het COR-vraagstuk. Ook de manier waarop de OR zijn standpunten over de zaken van de GOR en COR overbrengt, vraagt om een doordachte aanpak.

Achterban raadplegen door de COR

Feitelijk vormen de ondernemingsraden en de groepsondernemingsraden de achterban van elke COR. Net als bij de OR is het dan ook van belang dat de COR de achterban informeert en raadpleegt over belangrijke besluiten voor de bedrijfsonderdelen.

Die raadpleging is niet wettelijk geregeld (V&A). De COR is dus niet verplicht om de onderliggende ondernemingsraden te raadplegen voordat de COR een advies uitbrengt of instemt met een concernregeling.

Maar de COR vertegenwoordigt de raden wel in het overleg met de concernbestuurder. Spreek dan ook een duidelijke werkwijze af, om het informeren en raadplegen van de onderliggende medezeggenschapsorganen door de COR te waarborgen.

Gewetensnood

Als een OR-lid óók in de COR zit, kan dat problemen opleveren. Veel COR-leden voelen zich in de eerste plaats OR-lid. Die loyaliteit aan de OR waaruit ze gekozen zijn, kan op de proef worden gesteld als de centrale OR vanuit concernbelang een andere mening heeft dan de eigen OR.

Zo kan een COR-lid in gewetensnood komen bij het adviseren over belangrijke besluiten. Het kan bijvoorbeeld voor een concern logisch zijn om een verlieslatend onderdeel te sluiten, maar de OR van dat onderdeel kan daar heel anders over denken.

Vrijstelling van reguliere functie voor OR-werk kent risico’s!

Het komt weleens voor dat bestuurders werknemers die zowel lid zijn van de OR en GOR als de COR volledig vrijstellen van hun reguliere werkzaamheden. Zij besteden dan hun volle werktijd aan de medezeggenschap op de verschillende niveaus. Zo’n volledige vrijstelling kent een paar aanzienlijke risico’s.

 

Zo ontstaat er op den duur meer afstand tot de werkvloer, omdat het OR-lid daar geen werkzaamheden meer verricht. Dat maakt ook de terugkeer naar de reguliere functie na afloop van een aantal jaren lidmaatschap moeilijker.

 

De functie kan bijvoorbeeld zo veranderd zijn dat de werknemer (bij-)scholing nodig heeft of de functie kan zelfs volledig vervallen zijn als gevolg van veranderingen binnen de organisatie.