Concurrentiebeding niet altijd houdbaar

De organisatie kan schade ondervinden als een werknemer voor zichzelf begint en klanten meeneemt, of als hij bij een concurrent gaat werken. De bestuurder mag daarom in de arbeidovereenkomst een concurrentie- of relatiebeding opnemen. Zo’n beding moet wel tijdig in de arbeidsovereenkomst worden opgenomen. Gebeurt dit vlak voor het ontslag van een werknemer, dan oordeelt een rechter mogelijk dat het beding niet houdbaar is.

24 mei 2012 | Door redactie

In de zaak kreeg een werknemer in de autobranche na drie tijdelijke overeenkomsten uiteindelijk geen vast contract. Hij ging bij de concurrent werken, wat volgens zijn ex-werkgever in strijd was met het concurrentiebeding. Dit beding had de werknemer echter pas in het laatste half jaar van zijn dienstverband voorgeschoteld gekregen. Voor die tijd had de werknemer geen concurrentiebeding maar een relatiebeding. Bij een relatiebeding mag een werknemer geen contact onderhouden met relaties van de ex-werkgever, maar kan hij wel bij de concurrent in dienst treden of eenzelfde type organisatie starten. Om een uniform personeelsbeleid te creëren, werd er in het laatste half jaar van het dienstverband van de werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst overeengekomen, waarin het relatiebeding werd omgezet in een concurrentiebeding.

Bij concurrent aan de slag

De rechter oordeelde dat het belang van de werknemer om van het concurrentiebeding af te zien zwaarder woog, dan het belang van de werkgever om het beding te handhaven. De werkgever had het contract van de werknemer namelijk niet verlengd, terwijl hij wel had willen blijven. Daarnaast vond de rechter het niet houdbaar dat het concurrentiebeding vlak voor het niet verlengen van het contract werd opgelegd. De werknemer mocht dus gewoon bij de concurrent van zijn oude werkgever aan de slag blijven.
Rechtbank Den Bosch, 31 januari 2012, LJN: BV2272