Concurrentiebeding: twee jaar en wereldwijd mag

De reikwijdte en duur van een concurrentiebeding kunnen door een rechter gematigd worden. Toch gebeurt dat niet altijd. In een recente zaak moest de werknemer zich houden aan een concurrentiebeding dat maar liefst twee jaar geldig was en bovendien wereldwijd gold.

10 augustus 2016 | Door redactie

Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) kunnen werkgevers alleen nog onder strenge voorwaarden (tool) een concurrentiebeding afspreken in een contract voor bepaalde tijd. In een contract voor onbepaalde tijd zijn de eisen minder streng. Als een werknemer een concurrentiebeding onredelijk vindt, kan hij naar de rechter stappen om de duur of de reikwijdte van het beding te laten matigen. In een recente zaak in Amsterdam besloot de rechter echter dat een concurrentiebeding dat twee jaar lang wereldwijd gold, niet onredelijk was.

Werknemer wilde soortgelijke organisatie starten

In deze zaak was een werknemer werkzaam bij een online marketingbureau sinds 1 april 2014. Toen hij eind oktober 2015 een vast contract kreeg, werd daarin een concurrentiebeding opgenomen. Daarin stond dat de werknemer gedurende twee jaar na het einde van het dienstverband nergens ter wereld een managementfunctie bij een online marketingbureau mocht uitoefenen. Toen de werknemer in april 2016 zijn contract opzegde, wilde hij in Azië een soortgelijke organisatie als die van zijn werkgever oprichten. De werkgever wilde hem echter aan zijn concurrentiebeding houden. De werknemer stapte vervolgens naar de rechter om het concurrentiebeding te laten matigen. Hij wilde dat het slechts één jaar geldig zou zijn en alleen zou gelden in Europa en Australië.

Vrees van werkgever volgens rechter terecht

Volgens de werknemer werden zijn belangen onevenredig geschaad door het concurrentiebeding. De rechter was dat echter niet met hem eens en liet het concurrentiebeding in stand. De werknemer wist volgens hem onder meer te veel over de bedrijfsvoering van zijn ex-werkgever, kon ook een andere baan binnen de marketingbranche vinden en had zelf zijn dienstverband opgezegd. De vrees voor concurrentie van de werkgever was daarom terecht. Het concurrentiebeding was bovendien pas acht maanden eerder overeengekomen. De werknemer had dus zelf ook wel kunnen bedenken dat de werkgever hem eraan zou houden.
Rechtbank Amsterdam, 20 juni 2016, ECLI (verkort): 4302