Is concurrentiebeding ook pas in vaststellingsovereenkomst af te spreken?

12 juli 2019

Een werknemer zonder concurrentiebeding vertrekt met wederzijds goedvinden. Kan ik nu alsnog een concurrentiebeding afspreken?

Een concurrentiebeding verbiedt een werknemer om na uitdiensttreding binnen een bepaalde periode bij een concurrent aan de slag te gaan. Om een dergelijk beding geldig te maken moet u het schriftelijk overeenkomen met de werknemer. Maar de wet stelt niet dat u het beding in de arbeidsovereenkomst moet opnemen. U kunt het dus ook in een andere overeenkomst afspreken – zoals de beëindigingsovereenkomst die u sluit bij ontslag met wederzijds goedvinden. De vertrekkende werknemer heeft daar echter geen voordeel bij, dus het is de vraag of hij akkoord gaat, tenzij u er iets tegenoverstelt. Zoals een hoge vergoeding.

Gevolgen van beding

Veel hangt natuurlijk af van de gevolgen van het beding. Wordt de werknemer flink beperkt, of verbiedt het slechts enkele belangrijke concurrenten waar de werknemer toch niet heen wil? Naast een zorgvuldige formulering van het beding, moet u goed controleren of het aan de wettelijke eisen voldoet. Zo mag u met tijdelijke werknemers alleen een concurrentiebeding overeenkomen als u kunt motiveren dat u hiervoor zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen heeft. Vergeet ook niet om een boetebeding te koppelen aan overtredingen van het concurrentiebeding. Als u de werknemer aan een concurrentiebeding wilt houden moet u daar sowieso aandacht aan schenken in de beëindigingsovereenkomst, ook als dit beding al in de arbeidsovereenkomst staat. In de meeste beëindigingsovereenkomsten wordt namelijk finale kwijting verleend: ‘De werkgever en werknemer hebben na tijdige financiële afrekening van de onderwerpen die voortvloeien uit deze overeenkomst niets meer van elkaar te vorderen. Zij verlenen elkaar finale kwijting.’ Als u het concurrentiebeding niet expliciet hiervan uitzondert, kunt u mogelijk niets meer vorderen als de werknemer na ontslag overstapt naar een concurrent.