Afspraak met fiscus niet nakomen komt bv duur te staan

14 januari 2022 | Door redactie

Afspraken met de Belastingdienst over het gestaag aflossen van een belastingschuld zijn bepaald niet vrijblijvend. Een bv die niet had voldaan aan de afspraken, liep alsnog tegen een flinke belastingrekening aan. En volgens de rechtbank was dat terecht.

Ondernemingen kunnen afspraken maken met de Belastingdienst over het oplossen van een netelige fiscale situatie. Bijvoorbeeld als bij een boekenonderzoek (artikel) zaken naar boven komen waar de fiscus het niet mee eens is, zoals een hoge schuld. Dan kan de afspraak zijn dat de onderneming die schuld volgens een tijdpad aflost en dat de inspecteur nog niet direct over de hele schuld een aanslag oplegt. Zo wordt een rechtszaak voorkomen.

Afspraken vastleggen in vaststellingsovereenkomst

De gemaakte afspraken worden dan vastgelegd in een zogeheten fiscale vaststellingsovereenkomst (VSO). Die is bindend voor beide partijen (artikel). De inspecteur kan dus ook niet zomaar tegen de afspraak in alsnog gaan invorderen. Al zal er in alle VSO’s staan dat de afspraken van de baan zijn als de fiscus ontdekt dat de onderneming onjuiste informatie heeft gegeven.
In deze zaak ging het om een VSO die een bv had gesloten met de Belastingdienst naar aanleiding van een boekenonderzoek. Daarin was onder meer afgesproken dat de rekening-courantschuld van de directeur-grootaandeelhouder (dga) aan de bv zou worden verkleind. Eind 2018 zou deze schuld nog maar € 4 miljoen mogen bedragen. Bovendien zou de dga zekerheden moeten stellen voor de rekening-courantschuld en andere leningen van de bv. Toen de inspecteur vaststelde dat de bv de afspraken niet nakwam, volgde er een correctie van de aangifte inkomstenbelasting. Daarbij werd onder meer een lening van € 400.000 aangemerkt als een ‘uitdeling’ en belast in box 2 van de inkomstenbelasting.

Geen zekerheden gesteld voor leningen

De rechter concludeerde dat de bv inderdaad de verplichtingen uit de VSO niet was nagekomen en dat de inspecteur de correctie terecht had doorgevoerd. De onderneming was wel bezig om de rekening-courantverhouding terug te dringen, maar dat was niet vóór eind 2018 gebeurd. Ook was onduidelijk welke zekerheden de dga precies had gesteld voor de leningen. Er was alleen een lijst ingeleverd met privébezittingen die eventueel als zekerheid zouden kunnen dienen. Dat was volgens de rechtbank allemaal onvoldoende. Daarom mocht de inspecteur ook afwijken van de afspraken in de VSO en alsnog corrigeren. Ook navorderingsaanslagen voor de inkomstenbelasting bij de dga en de dividendbelasting bij de bv bleven zo in stand.
Rechtbank Gelderland, 13 december 2021 (publicatiedata 10 en 14 januari 2022), ECLI (verkort): 6659, 6660 en 6667