Fiscus kan vragen stellen zonder feiten

De Belastingdienst kan vragen aan u stellen als er onduidelijkheden zijn in de aangifte. Maar kan de inspecteur dat ook als er slechts een vermoeden is dat er iets niet klopt? Volgens de Hoge Raad kan dat wel, want de inspecteur heeft slechts een redelijk vermoeden nodig om vragen te mogen stellen.

7 november 2013 | Door redactie

In deze zaak ging het om een man en zijn echtgenote die een bankrekening hadden bij de Kredietbank Luxembourg. Ze gaven de saldi van de rekening echter niet op in hun aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst kwam in het bezit van een microfiche met de bankgegevens van een groot aantal rekeninghouders in Luxemburg (de zogenoemde KB-luxzaken). Op basis van deze gegevens legde de fiscus navorderingsaanslagen op over de jaren 1990 tot en met 2000.

Een redelijk vermoeden was voldoende

Daarnaast vroeg de inspecteur naar de saldi van de bankrekeningen in 2002 en 2003, maar hij kreeg daar nooit antwoord op. Uiteindelijk legde de fiscus navorderingsaanslagen op en ging daarbij uit van geschatte bedragen voor de bankrekeningen. De man vond echter dat de inspecteur deze vragen niet had mogen stellen, omdat het niet gebaseerd was op vaststaande feiten. De Hoge Raad was het daar niet mee eens. Een redelijk vermoeden was voor de Belastingdienst voldoende om vragen te stellen. De navorderingsaanslagen waren terecht opgelegd en de bewijslast mocht worden omgekeerd.
Hoge Raad, 1 november 2013, ECLI(verkort): 1016