Geen kwade trouw bij nalatigheid van adviseur

Vraagt de belastingadviseur u niet om extra informatie of kijkt hij niet goed naar de fiscale consequenties, dan is er nog geen sprake van kwade trouw. Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijkt dat een navorderingsaanslag dan ook niet terecht is.

5 juni 2013 | Door redactie

De Belastingdienst kan een navorderingsaanslag opleggen als er sprake is van een nieuw feit of van kwade trouw. In deze zaak moest de Hoge Raad bepalen of de belastingadviseur van de man te kwader trouw was. De man kreeg een flinke vermogenstoename door de ontvangst van een afkoopsom van zo’n € 200.000. De belastingadviseur wist van deze afkoopsom af, maar gaf die niet op in de aangifte inkomstenbelasting van de man. De inspecteur merkte deze afkoopsom pas later op en legde een navorderingsaanslag met boete op vanwege kwade trouw bij de belastingadviseur. De man moest hiervoor boeten. 

Geen bewustheid adviseur

De Hoge Raad moest uiteindelijk deze kwade trouw beoordelen. Volgens de rechters ontbrak het de adviseur aan de bewustheid dat de man te weinig belasting zou betalen. Deze bewustheid was nodig voor de opzet en dus kwade trouw. De man had echter wel meer informatie moeten opvragen en zich meer in de fiscale consequenties moeten verdiepen, maar dat was onvoldoende voor het toerekenen van de bewustheid bij de adviseur. Volgens de Hoge Raad was de kwade trouw niet aanwezig bij de belastingadviseur en dus ook niet bij man. De navorderingsaanslag was dus onterecht.
Hoge Raad, 31 mei 2013, LJN: BY7673