Geen navordering voor ongeduldige inspecteur
Om een navorderingsaanslag op te leggen heeft de inspecteur een nieuw feit nodig. Er is geen sprake van een nieuw feit als de fiscus bij het opleggen van de definitieve aanslag niet heeft gewacht op de uitkomsten van het lopende boekenonderzoek. In dat geval is sprake van een ambtelijk verzuim dat navordering in de weg staat. Dit is recent bepaald door het gerechtshof in Arnhem.
In deze zaak diende een ondernemer in december 2004 de aangifte inkomstenbelasting over 2002 in. De fiscus startte op 17 februari 2005 met een boekenonderzoek naar de administratie van de ondernemer. Dit onderzoek brak de Belastingdienst na enkele dagen af, omdat bleek dat de administratie onvolledig was. In de brief aan de ondernemer kondigde ze wel aan dat de fiscus het onderzoek op 31 augustus weer zou hervatten. Op 21 juli 2005 legde de inspecteur echter al een definitieve aanslag inkomstenbelasting 2002 op, waarin werd afgeweken van de ingediende aangifte.
Geen nieuw feit aanwezig
De controle van de fiscus eindigde uiteindelijk op 18 januari 2007 en naar aanleiding van het controlerapport legde de Belastingdienst op 6 februari 2007 een navorderingsaanslag op. De ondernemer was het echter niet eens met deze navorderingsaanslag, omdat er volgens hem geen nieuw feit aanwezig was. De inspecteur vond dat navordering wel mogelijk was en dat daarnaast sprake was van kwade trouw, omdat de gemachtigde zich had moeten realiseren dat de aangifte mogelijk onjuist was. Het gerechtshof in Arnhem moest nu bepalen of de inspecteur wel een navorderingsaanslag mocht opleggen.
Ambtelijk verzuim en kwade trouw
Volgens de rechter was er sprake van een ambtelijk verzuim van de inspecteur. De inspecteur legde namelijk de definitieve aanslag op zonder de uitslag van het boekenonderzoek af te wachten. Gezien de aanslagtermijn was het opleggen van een definitieve aanslag op dat moment ook nog niet noodzakelijk. De rechter vond daarom dat sprake was van een ambtelijk verzuim en dat daardoor een navorderingsaanslag niet mogelijk was. Het feit dat de gemachtigde had moeten weten dat de aangifte onjuist of onvolledig was, kon volgens de rechter ook niet leiden tot kwade trouw. Voor kwade trouw was immers bewustheid vereist en dat was niet aanwezig. De inspecteur kon dus geen navorderingaanslag opleggen.
Gerechtshof Arnhem, 15 maart 2011, LJN: BP9848