Geen verlaging onroerendezaakbelasting voor sportclubs

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is niet van plan om de wetgeving aan te passen zodat gemeentes de onroerendezaakbelasting (OZB) voor sportverenigingen en andere sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s) kunnen verminderen. Dit blijkt uit de recente beantwoording van vragen van de leden van de Tweede Kamer.

30 mei 2018 | Door redactie

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het heffen van de OZB. Uit de praktijk blijkt dat een aantal sportverenigingen eerst OZB moeten betalen en dat ze die dan weer terugkrijgen via een subsidie van de gemeente. Verschillende Kamerleden vinden dat omslachtig en hebben de minister gevraagd of het mogelijk is om dat aan te passen in de Gemeentewet. De minister heeft de vragen beantwoord (pdf) en aangegeven dat ze daar weinig heil in ziet, omdat het ondersteunen van sportverenigingen met een subsidie een lokale afweging is. De gemeenteraad kan beoordelen of het gewenst is om in specifieke gevallen financiële ondersteuning te bieden.

Hoogte tarieven zelf vaststellen

Voor de rest zijn gemeenten gebonden aan uniforme landelijke richtlijnen. De OZB maakt onderscheid tussen eigenaren van woningen, eigenaren van niet-woningen en gebruikers van niet-woningen. De accommodatie van een sportvereniging valt onder de niet-woningen. Deze verschillende categorieën staan vast, maar gemeenten kunnen wel zelf de hoogte van de OZB-tarieven voor deze categorieën vaststellen. Gemeenten hebben daardoor ook de mogelijkheid om lagere tarieven vast te stellen voor de categorie niet-woningen.

Vrijstelling heeft niet het gewenste effect

Verder is de minister niet van plan om een algehele OZB-vrijstelling in te voeren voor SBBI’s. Gemeenten hebben namelijk voldoende mogelijkheden om SBBI’s te ondersteunen en daardoor maatwerk te leveren. Een algehele vrijstelling zal ook niet altijd het gewenste effect hebben, omdat bijvoorbeeld de eigendomssituatie een rol zal spelen. Is de accommodatie niet in eigendom, dan is een SBBI alleen het gebruikersdeel verschuldigd. De verhuurder zal het eigenaarsdeel nog wel verrekenen in de huurprijs. Een eigenaar betaalt zowel het gebruikers- als het eigenaarsdeel. De vrijstelling is daardoor niet voor alle SBBI’s gelijk.