Inspecteur kan niet terugkomen op aanslag

Legt een inspecteur u na een eventuele correctie een definitieve aanslag op, dan kan hij u voor dat jaar niet een tweede definitieve aanslag opleggen als er toch nog een correctie nodig blijkt te zijn. Dit blijkt uit een zaak voor het gerechtshof in Arnhem met als uitkomst dat een inspecteur gebonden is aan een gedane toezegging tot vermindering van de aanslag.

10 november 2011 | Door redactie

Na het invullen van uw aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen krijgt u van de Belastingdienst een voorlopige aanslag. Vervolgens ontvangt u na een eventuele correctie een definitieve aanslag. Maar komt zo’n correctie na een definitieve aanslag, dan is de fiscus gebonden aan de definitieve aanslag. Ook als dat betekent dat u uiteindelijk minder belasting hoeft te betalen. Zo ontving een ondernemer twee definitieve aanslagen voor 2008, waarbij de eerste lager was dan de ander. 

Oordeel op basis van vertrouwensbeginsel

Na een voorlopige aanslag op basis van een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 22.115 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 36.507 ontving een ondernemer het verzoek zijn aanslag voor 2008 te doen via een E-biljet. De ondernemer ontvangt vervolgens een nieuwe voorlopige aanslag met een lager belastbaar inkomen uit werk en woning (€ 20.375) en geen belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Na het opsturen van een P-biljet om het een en ander aan te vullen, ontvangt de ondernemer opnieuw een voorlopige aanslag. Dit keer gelijk aan de eerste mét heffingsrente. Hierop maakt hij bezwaar. In een reactie stelt de inspecteur een definitieve aanslag vast: box 1 € 20.057 en box 3 € 36.507.  Wederom ligt dit weer lager ligt dan de voorlopige aanslag. Omdat zijn tweede woning niet in de goede rubriek stond, ontvangt de ondernemer daarna een tweede definitieve aanslag, die weer hoger ligt dan de eerdere definitieve aanslag. Het gerechtshof vernietigt deze tweede aanslag. De inspecteur had namelijk daarvoor een definitieve aanslag vastgesteld en op basis van het vertrouwensbeginsel mag hij die later niet nog eens aanpassen. 
Gerechtshof Arnhem, 16 augustus 2011, LJN: BR6631