Langer navorderen bij vermogensbeheer in NL

De Belastingdienst heeft een navorderingstermijn van twaalf jaar als het beheer van uw buitenlandse beleggingen in Nederland plaatsvindt. Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijkt dat dan niet de navorderingstermijn van vijf jaar geldt.

14 oktober 2015 | Door redactie

In deze zaak ging het om de termijn voor navordering (tool). De man in deze zaak belegde in een beleggingsfonds dat was gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Vanaf het voorjaar 2001 tot en met 2004 had hij ook een beleggingsverzekering bij een verzekeraar in Luxemburg. Het beheer was in handen van een Nederlandse bv. Deze buitenlandse beleggingen gaf de man niet aan in zijn aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2001 tot en met 2004. In 2003 maakte de man slechts voor een gedeelte van zijn buitenlandse beleggingen gebruik van de inkeerregeling.

Verlengde navorderingstermijn terecht

In september 2007 deed de FIOD een inval bij de Nederlandse vermogensbeheerder. De inspecteur kreeg ook de gegevens van de beleggers en stuurde op 21 januari 2011 een vragenbrief naar de man. Uiteindelijk legde de fiscus op 30 september 2011 een navorderingsaanslag op en maakte daarbij gebruik van de verlengde navorderingstermijn. De man was in 2010 overleden en dus kregen de erfgenamen de navorderingsaanslag. De erfgenamen gingen naar de rechter, omdat ze vonden dat de termijn voor het opleggen van een navorderingsaanslag was verlopen. De Hoge Raad vond de verlengde navorderingstermijn echter terecht, omdat het ging om buitenlands vermogen. Het maakte daarbij niet uit dat het vermogensbeheer vanuit Nederland had plaatsgevonden.

Nieuw feit bij navorderen

De Belastingdienst mag niet zomaar een navorderingsaanslag (tool) opleggen. Er moet sprake zijn van een nieuw feit en de navordering moet binnen de termijn zijn. In principe geldt daarvoor een termijn van vijf jaar, gerekend vanaf het moment waarop de belastingschuld is ontstaan. Gaat het echter om inkomsten of vermogen uit het buitenland, dan heeft de Belastingdienst langer de tijd. Voor het opleggen van een navorderingsaanslag geldt dan een termijn van twaalf jaar. 
Hoge Raad, 9 oktober 2015, ECLI (verkort): 2991