Naheffingen gaan prullenbak in; geen schadevergoeding

Als BTW-naheffingsaanslagen door de Belastingdienst vernietigd worden wegens gewekt vertrouwen wil dit niet altijd zeggen dat de betreffende belastingplichtige recht heeft op een schadevergoeding. De rechter vindt dat er voor het toekennen van een schadevergoeding wel sprake moet zijn van schade die ontstaan is door de vernietiging van de naheffingsaanslagen en dat was hier niet het geval.

29 juli 2021 | Door redactie

De Belastingdienst is een bestuursorgaan en moet zich dus aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (infographic) houden. Een van die beginselen is het vertrouwensbeginsel. Het vertrouwensbeginsel houdt in dat een belastingplichtige  erop mag vertrouwen dat als de Belastingdienst uitlatingen doet hij deze ook nakomt. Doet de fiscus dit niet dan kan dit er zoals in onderstaande zaak toe leiden dat (naheffings)aanslagen vernietigd moeten worden.

Wel of niet BTW-ondernemer?

Hier ging het om een bv waarmee de Belastingdienst de afspraak had gemaakt dat in 2011 het BTW-ondernemerschap nader zou worden beoordeeld. Dit gebeurde echter niet en de aangiften van de jaren hierna werden steeds gevolgd. In 2015 kwam de fiscus weer langs voor een boekenonderzoek en ook toen kwam het wel of niet zijn van BTW-ondernemer niet aan de orde. Pas in oktober 2017 stelde de inspecteur dat de bv geen BTW-ondernemer was en legde daarom over de jaren 2012-2016 en de eerste helft van 2017 naheffingsaanslagen met boetes op. Daar was de bv het niet mee eens.

Vernietiging aanslagen door gewekt vertrouwen

In de beroepsfase gaf de inspecteur aan dat hij de naheffingsaanslagen en boetes vanwege het gewekte vertrouwen moest vernietigen omdat hij onrechtmatig had gehandeld. De bv vond dit natuurlijk prima maar vond wel dat ze recht had op een schadevergoeding maar ook op een vereffening van haar belastingschulden omdat de bedrijfsuitoefening lange tijd te lijden had gehad onder alle controles van de fiscus. De rechter vond ondanks dat de inspecteur onrechtmatig had gehandeld dat de bv geen recht had op een schadevergoeding. De geleden schade moest verband houden met de vernietiging van de naheffingsaanslagen en daar had de bv nietvoldoende bewijs voor aangeleverd. Ook de vereffening ging van tafel, de naheffingsaanslagen waren immers al vernietigd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 mei 2021, ECLI (verkort): 3288