Oldtimerregeling niet in strijd met EVRM

De wijziging van de oldtimerregeling in de motorrijtuigenbelasting (MRB) per 1 januari 2014 is niet in strijd met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Dit heeft advocaat-generaal (AG) Ettema onlangs geconcludeerd.

20 juni 2016 | Door redactie

In deze zaak draaide het om een automobilist die een oldtimer bezat uit 1978. Door de fiscus was in 2009 een vrijstellingsbeschikking voor de MRB afgegeven omdat de auto ouder was dan 25 jaar. Per 1 januari 2014 veranderde de wetgeving waarbij de MRB-vrijstelling alleen gold voor auto’s ouder dan 40 jaar. De afgegeven vrijstellingsbeschikking voor de MRB was door deze wetswijziging na 1 januari 2014 niet langer geldig. De automobilist moest daardoor MRB gaan betalen. Daar was hij het niet mee eens en stapte naar de rechter. Hij vond dat hij na 2014 nog steeds recht had op de vrijstelling omdat de beschikking niet was ingetrokken. Ook was de wetswijziging in strijd met het EVRM omdat sprake was van een buitensporige last.

Geen buitensporige last door extra tegemoetkoming in de wet

Volgens de rechtbank was de beschikking door de wetswijziging automatisch vervallen. Het hof bepaalde dat de wijziging van de oldtimerregeling niet in strijd was met het EVRM. Tegen deze uitspraak ging de automobilist in cassatie. De AG heeft in zijn advies naar de Hoge Raad aangegeven dat er geen sprake van een buitensporige last was omdat de wetgever een extra tegemoetkoming in de wet had opgenomen. Omdat de wet was veranderd, kon de beschikking van de fiscus niet in stand blijven volgens hem. Hij heeft dan ook geconcludeerd dat de wetswijziging niet in strijd is met het EVRM.

Kwarttarief MRB betalen voor oldtimer tussen 1974 en 1988

Sinds 1 januari 2014 krijgen oldtimerrijders een vrijstelling in de MRB voor motorrijtuigen van 40 jaar of ouder. Hebben zij de niet-zakelijke benzineauto voor het eerst in gebruik genomen op 1 januari 1974 of later, maar voor 1 januari 1988, dan betalen zij slechts het kwarttarief voor de MRB met een maximum van € 120.
Conclusie advocaat-generaal, 2 juni 2016, ECLI (verkort): 499