Pas op met tekenen vaststellingsovereenkomst!

Als een belastingplichtige een vaststellingsovereenkomst ondertekent, gebeurt dat altijd voor zijn rekening en risico. Ook als blijkt dat het voor hem niet helemaal duidelijk was dat het om een vaststellingsovereenkomst ging en zijn adviseur ook geen toelichting hierop heeft gegeven. Dit blijkt uit een zaak die speelde voor Hof Amsterdam.

20 februari 2017 | Door redactie

In de betreffende zaak ging het om een aantal erven die gebruik hadden gemaakt van de inkeerregeling voor wat betreft een Zwitserse bankrekening van hun al jaren daarvoor overleden vader. De inspecteur sloot met hen een vaststellingsovereenkomst waardoor  een totaalbedrag aan inkomstenbelasting, heffingsrente en successierecht door één navorderingsaanslag over 2007 werd geheven. Bezwaar (tool) en beroep indienen tegen deze aanslag was daardoor uitgesloten. De erven gaven daarna aan dat zij vonden dat er geen rechtsgeldige vaststellingsovereenkomst was gesloten omdat voor hen niet duidelijk was dat het om een vaststellingsovereenkomst ging en dat ze onder druk werden gezet om te ondertekenen en deze dus niet goed hadden kunnen doornemen.

Voldoende bedenktijd voor erven

Hof Amsterdam volgde de uitspraak van de eerdere rechter en stelde dat in de communicatie tussen partijen duidelijk was gesproken over een vaststellingsovereenkomst en dat er voldoende bedenktijd voor de erven was geweest om te beslissen of ze de overeenkomst wel of niet wilden tekenen. Er was dus geen sprake van druk. Het feit dat hun adviseur destijds geen toelichting aan de erven had verstrekt speelde ook geen rol. Dat zij daarnaast de overeenkomst hadden ondertekend zonder verder door te lezen was voor hun rekening en risico. De vaststellingsovereenkomst was dus rechtsgeldig tot stand gekomen.
Hof Amsterdam, 5 januari 2017, ECLI (verkort): 30