Verlies concerngarantstelling geen kosten

Vraagt uw onderneming samen met andere ondernemingen in een concern gezamenlijk financiering aan, dan is een verlies op eventuele gelieerde garantstellingen niet zomaar aftrekbaar. Dat is de eindconclusie van de Hoge Raad in een recent arrest. Dit verlies is onzakelijk, omdat een onafhankelijke derde zo’n risico niet zou aanvaarden.

27 maart 2013 | Door redactie

In deze zaak was er sprake van een paraplufinanciering. Daarbij vragen meerdere ondernemingen binnen een concern gezamenlijk een kredietfaciliteit aan bij een bank, om zo betere leningsvoorwaarden te kunnen bedingen. De bv waar het om draaide had zich in dit geval hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het volledige bedrag van de kredietfaciliteit, net als alle overige concernmaatschappijen.

Verlies garantstelling opgevoerd als kosten

Het concern draaide echter bijzonder stroef. Toen de liquiditeitspositie ernstig verslechterde, beëindigde de kredietverstrekker de kredietfaciliteit. In het kader van de concernbrede garantstelling werd de bv aansprakelijk gesteld voor ruim € 5 miljoen. Dit bedrag trok de bv vervolgens af in haar aangifte vennootschapsbelasting. Hiermee ging de inspecteur niet akkoord. Een langslepende rechtszaak was het gevolg.

Verlies niet aftrekbaar

Uiteindelijk oordeelde de Hoge Raad dat het verlies van ruim € 5 miljoen inderdaad niet aftrekbaar was. Er was immers sprake van een onzakelijke gelieerde garantstelling. Net zoals een afwaarderingsverlies op een onzakelijke lening niet aftrekbaar is, is ook een eventueel verlies op zo’n garantstelling in principe niet aftrekbaar. De daarbij genomen risico’s liggen volgens de Hoge Raad in de aandeelhouderssfeer.
Hoge Raad, 1 maart 2013, LJN: BW6520