VERDIEPINGSARTIKEL

Beleidsopties voor een toekomstbestendig belastingstelsel

Om het belastingstelsel ook in de toekomst te laten functioneren moeten er 7 knelpunten uit de weg geruimd worden. Dat hebben ambtelijke onderzoekers geconcludeerd.

Hoe dat moet gaan gebeuren? De keuze is reuze. Er zijn maar liefst 169 beleidsopties geopperd: van het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek en de ondernemersaftrek tot het ophogen van het lage BTW-tarief en een vleestaks. Wat gaat de fiscale toekomst ons brengen?


24 juni 2020 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De grote denkoefening is bedoeld om ‘bouwstenen’ te leveren voor een volgend kabinet. Dat kan dan uit de ‘grabbelton’ maatregelen halen om het belastingstelsel toekomstbestendig te maken.

Werkgroepen van ambtenaren hebben daarvoor geen half werk geleverd: er zijn maar liefst 10 onderzoeken gedaan naar de verschillende onderdelen van het belastingstelsel. Dat levert onder meer een lijvig document op met daarin beschrijvingen van 169 beleidsopties met alle bijbehorende overwegingen en voor- en nadelen.

De 7 knelpunten in het belastingstelsel

In het algemeen hebben de werk- groepen zeven knelpunten ontdekt in het belastingstelsel:

  • Steeds hogere lastendruk op arbeid voor werkenden: voor middeninkomens is het de afgelopen 15 jaar minder aantrekkelijk geworden om méér te gaan werken.
  • Het stelsel raakt uitgewerkt: er komen steeds meer regels bij en fiscale regelingen worden bijvoorbeeld vrijwel nooit afgeschaft, ook als ze niet werken en fiscaal inkomensbeleid is steeds minder effectief.
  • De opkomst van flex- en platformeconomie vraagt om aanpassing van wet en uitvoering: wat bijvoorbeeld te doen met inkomsten uit digitale platformen (Airbnb, Uber, Deliveroo), het fiscale verschil tussen werknemers en zelfstandigen knelt steeds meer.
  • Ongelijke belasting van vermogen leidt tot arbitrage en uitstel: houders van een aanmerkelijk belang hebben nu fiscale prikkels om winst in de onderneming te laten zitten en niet uit te keren.
  • Het belasten van winst wordt (nationaal) steeds lastiger, onder meer door globalisering.
  • Schade aan klimaat en gezondheid wordt onvoldoende beprijsd.
  • De effectiviteit van nationale belastingheffing neemt af: een Europese belasting kan soms effectiever zijn en daarnaast krijgen gemeenten meer ruimte als zij meer eigen belastingen kunnen heffen.
  • Verschuiving naar heffing op vermogen.

Voorbeeldpakket met maatregelen

Er is ook een voorbeeldpakket met maatregelen uitgewerkt waarin op alle 7 knelpunten aanzienlijke stappen worden genomen.

Het pakket is bedoeld ter illustratie om te laten zien hoe maatregelen kunnen samenhangen en onderdeel kunnen uitmaken van een groter pakket. Maar uiteindelijk blijft de invulling van een pakket altijd een politieke afweging.

Verlaging lasten op arbeid

In dit voorbeeldpakket is gekozen voor een verlaging van de lasten op arbeid. Dit wordt vooral bereikt door lagere belastingtarieven en door de algemene heffingskorting weer inkomensonafhankelijk te maken. In box 1 komen er weer formeel 3 verschillende tarieven (33,2% ,40,6%, 48,5%).

Minder verschil werknemers, dga’s en ondernemers

Verder moet het verschil in de belastingheffing tussen werknemers, dga’s en IB-ondernemers kleiner worden. Er wordt een stap gezet richting een globaal evenwicht.

De marginale toptarieven van IB-ondernemers en dga’s moeten in 2025 gelijk aan elkaar zijn, het marginale toptarief in box 1 zit daar enkele %-punten boven. Er wordt een tarief in box 2 geïntroduceerd van 27% tot € 50.000 en 31% daarboven.

Ondergrens VPB

De VPB wordt in het voorbeeldpakket ook meer in balans gebracht. Er komt daarom een ondergrens in de VPB voor ondernemingen met winstgevende activiteiten in Nederland en de verschillen (mismatches) met het buitenland worden geëlimineerd.

De opbrengst van deze ondergrens wordt gebruikt om het hoge VPB-tarief te verlagen. Daarvan profiteren dus veel ondernemingen.

Verhoging gemeentelijke belastingen

Daarnaast worden andere lasten verzwaard om de lasten op arbeid te kunnen verlichten. De gemeentelijke belastingen worden met € 4 miljard verhoogd (gelijk verdeeld over een ingezetenenheffing en hogere OZB) en de bijdrage aan het Gemeentefonds wordt met hetzelfde bedrag verlaagd.

Gemeentelijke belastingen worden meestal kwijtgescholden aan lage inkomens zoals bijstandsgerechtigden, terwijl deze groep wel profiteert van de terugsluis in de vorm van lagere tarieven in de IB. Om te voorkomen dat er dan voor hen een armoedeval ontstaat wordt de bijstand verlaagd. Dit zorgt ervoor dat de netto-bijstand ongeveer gelijk blijft.

Afbouwen hypotheekrenteaftrek

Het lage BTW-tarief gaat in het voorbeeldpakket met 3%-punt omhoog, waardoor het verschil tussen de 2 tarieven een stuk kleiner wordt. Dat zorgt voor meer neutraliteit.

De hypotheekrenteaftrek wordt ook deels afgebouwd en het eigenwoningforfait wordt verlaagd. In de periode na 2025 kan de hypotheekrenteaftrek verder worden afgebouwd, waarna de vraag relevant wordt hoe het eindbeeld voor de fiscale behandeling van de eigen woning eruitziet.

Door corona met andere effecten rekening houden?

De afronding van het traject ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ vond plaats ten tijde van het uitbreken van het coronavirus. Deze crisis heeft dus geen rol gespeeld in het opstellen van de beleidsopties. Hoewel nog veel onzeker is, is al wel duidelijk dat de crisis ingrijpende effecten heeft op de samenleving en economie. Dit vraagt voor de korte termijn om een andere respons dan de opties die uit het traject naar voren zijn gekomen.

Oplossing
Dit doet echter niets af aan de urgentie van de knelpunten in het belastingstelsel op de (middel)lange termijn en de bijdrage die deze bouwstenen aan de oplossing daarvan kunnen leveren.

Heffing verschuift van arbeid naar vermogen

De hierboven aangedragen ideeën uit het voorbeeldpakket zijn natuurlijk maar voorbeelden om de knelpunten aan te pakken. Hoe de knelpunten nu precies opgelost gaan worden is echt aan een volgend kabinet.

Maar een richting die uit de conclusies en het voorbeeldpakket spreekt is wel dat de heffing moet worden verschoven van arbeid naar vermogen. Want terwijl de lasten op arbeid toenemen, heft Nederland in vergelijking met andere landen juist minder belasting op vermogen.

Belangrijkste reden daarvoor is de hypotheekrenteaftrek. Een optie is dus om die aftrek te beperken of helemaal af te bouwen, en tegelijkertijd de belasting op inkomen uit werk te verlagen.

Ook ander vermogen kan meer belast worden, bijvoorbeeld door het tarief in box 2 op te hogen van de huidige 26,25% tot wel 30% of zelfs 35%, of door jaarlijks 4% van het vermogen van de bv te belasten.