VERDIEPINGSARTIKEL

Inspecteur mag veel met informatiebeschikking, maar niet alles

De Belastingdienst stuurt zelden prettige brieven, maar de informatiebeschikking is één van de minst fijne. De fiscus wil dan gegevens van u hebben die van belang zijn voor de belastingheffing. En dat is meestal niet omdat de inspecteur denkt dat u geld terugkrijgt.

Dan is eigenlijk het enige devies: zorg dat de inspecteur de informatie krijgt, om erger te voorkomen. Recente rechtszaken laten zien dat ‘er onderuit komen’ bijna niet te doen is. Ténzij de inspecteur alleen maar zit te vissen.


10 november 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Puur op basis van de wettekst is er al iets misgegaan als de Belastingdienst nog via een informatiebeschikking om gegevens moet vragen. De Algemene wet inzake rijksbelastingen schrijft namelijk onomwonden voor dat iedere belastingplichtige verplicht is om desgevraagd gegevens en inlichtingen te verstrekken die ‘voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn’. Dat geldt ook voor ‘boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan’ waarvan de inhoud van belang is.

Maar over wat er dan precies ‘van belang is voor de belastingheffing’, dáár verschillen belastingplichtigen en de inspecteur uiteraard nog wel eens over van mening. Feit is dat de inspecteur veel vrijheid heeft om informatie te vragen.

In de regel gaat dat eerst via een vragenbrief, waarin de inspecteur u vraagt om bepaalde informatie aan te leveren. Tegen zo’n brief kunt u geen bezwaar en beroep aantekenen. U krijgt dan een termijn om de gegevens aan te leveren, al hoeft u niet alles te delen (zie het kader hieronder).

Fiscaal of financieel advies hoeft u niet te delen

De informatieplicht geldt niet voor alle gegevens in uw administratie. U hoeft namelijk geen inzage te geven in de adviezen van belastingadviseurs of accountants en de gevoerde correspondentie met deze adviseurs.

Voor belastingadviseurs en accountants geldt namelijk het zogenoemde informeel verschoningsrecht, net als voor notarissen en advocaten. Het is verstandig om de stukken die onder dit verschoningsrecht vallen apart te houden in uw administratie.

Nauwkeurig

Maar u kunt ook vinden dat de inspecteur onredelijk veel informatie vraagt. Als u weigert de gegevens te geven, dan ontvangt u waarschijnlijk een informatiebeschikking. Daarin moet de inspecteur nauwkeurig omschrijven welke informatie hij van u wil hebben en waarom. Dit mag informatie over meerdere jaren zijn.

Tegen een informatiebeschikking kunt u wél bezwaar aantekenen. Dit moet binnen zes weken, anders is de informatiebeschikking onherroepelijk. Wijst de inspecteur uw bezwaar af, dan kunt u ook nog in beroep bij de rechter. Die toetst of de informatiebeschikking rechtmatig is. Ook krijgt u vaak van de rechter een nieuwe termijn om de gegevens aan te leveren als hij aangeeft dat deze terecht is opgelegd.

Als de aangeleverde informatie leidt tot nieuwe vragen moet de inspecteur een nieuwe vragenbrief sturen

Overtuigend

Als de informatiebeschikking onherroepelijk vaststaat, kunt u te maken krijgen met omkering én verzwaring van de bewijslast. Normaliter ligt de bewijslast bij de inspecteur. Hij moet aantonen dat de aanslag die hij oplegt deugt. Bij omkering komt de volledige bewijslast bij u te liggen. De inspecteur legt op basis van ‘een redelijke schatting’ een aanslag op, en dan is het aan u om te laten zien dat die niet klopt. Sterker: u moet dit overtuigend kunnen bewijzen.

Zo keurde de rechtbank in Breda onlangs een inkomenscorrectie van € 400.000 bij een dga goed. Volgens de rechtbank had de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de dga niet al zijn inkomen had aangegeven. De bewijslast kwam bij de dga te liggen en die horde bleek te hoog. Op basis van de processtukken vond de rechtbank extra inkomsten van € 400.000 een redelijke schatting van de inspecteur.

Als u na het opleggen van een informatiebeschikking volledig met de informatie over de brug komt, zal de Belastingdienst (volgens zijn eigen handreiking over dit onderwerp) u laten weten dat er geen sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast. Voldoet u deels aan het verzoek, dan zal de inspecteur de ontbrekende gegevens wegen. Als het belang gering is, zal de omkering van de bewijslast ook achterwege blijven.

Het kan ook nog zijn dat de aangeleverde informatie leidt tot nieuwe vragen. Voor de antwoorden hierop moet de inspecteur – nog steeds volgens de handreiking – een nieuwe vragenbrief sturen. Die kan dan uiteindelijk leiden tot een nieuwe informatiebeschikking. De nieuwe vragen opnemen in de bestaande beschikking mag niet.

Informatie ook uit eigen beweging aanleveren

Meestal zal de inspecteur u schriftelijk vragen om informatie. Maar in onder meer deze situaties verwacht de fiscus dat u zelf informatie verstrekt:

  • intrekken van ‘Verklaringen privégebruik auto van de zaak/bestelauto’ als u de (bestel)auto van de zaak toch voor privédoeleinden gaat gebruiken;
  • suppletie-aangifte BTW.

De inspecteur kan een vergrijpboete opleggen als u niet voldoet aan deze actieve informatieverplichting.

Reikwijdte

De inspecteur mag bij het opvragen van gegevens vrij ver gaan, blijkt uit een greep uit recente rechtszaken. Zo oordeelde het gerechtshof in Den Haag in een onlangs gepubliceerde zaak dat de inspecteur ook al tijdens een lopend boekenonderzoek een informatiebeschikking mag afgeven.

De inspecteur mag zelfs desnoods de hele administratie opvragen, zo blijkt uit een zaak die dit jaar bij de Hoge Raad kwam. Daarbij speelde mee dat de nv in kwestie helemaal geen gegevens had aangeleverd, ook niet na meerdere verzoeken.

De advocaat-generaal (A-G) noemde de informatiebeschikking in zijn conclusie ‘niet disproportioneel’, want zonder deze informatie kon de inspecteur zijn taak niet uitvoeren. ‘Van een informatieplichtige mag mijns inziens tot op vrij grote hoogte worden gevergd dat deze zich inspant en zo nodig kosten maakt om te voldoen aan een informatieverzoek’, zo gaf de A-G aan.

De Hoge Raad oordeelde eveneens dat de informatiebeschikking terecht was afgegeven. En dat deed het rechtscollege onlangs opnieuw (zie het kader hieronder).

Vragen van belang voor belastingheffing

De Hoge Raad boog zich over een zaak van een bestuurder van een stichting. Over 2010 tot en met 2012 deed hij in Nederland aangifte inkomstenbelasting als buitenlands belastingplichtige. De Belastingdienst vermoedde echter dat de man fiscaal gezien in Nederland woonde en dus binnenlands belastingplichtige was.

De inspecteur vroeg de man daarom via een informatiebeschikking gegevens over zijn wereldinkomen en -vermogen te verstrekken. De man ging in bezwaar tegen deze beschikking omdat de gevraagde informatie volgens hem veel te ver ging en hem ook in zijn privacy aantastte. Volgens het gerechtshof kon de informatiebeschikking echter wel door de beugel. Op basis van de aanwezige informatie was het namelijk nog niet duidelijk of de man wel of niet binnenlands belastingplichtige was. De vragen in de informatiebeschikking waren dus van belang voor de belastingheffing, en de beschikking was terecht opgelegd. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel van het hof.
Hoge Raad, 25 september 2020 , ECLI (verkort): 1473

Ballotage

De inspecteur mag dus veel, maar er zijn wel grenzen. Allereerst is de inspecteur altijd gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals het subsidiariteitsbeginsel: kan de informatie ook op een minder bezwarende manier worden verkregen?

Vertaald naar de informatiebeschikking komen de beginselen erop neer dat de inspecteur zich fair moet opstellen. Als een belastingplichtige enorme kosten moet maken om de informatie aan te leveren, komt dat waarschijnlijk niet door de ballotage.

Ook moet de inspecteur wel grond hebben voor de vraag om informatie. Als de inspecteur een hele trits documenten opvraagt omdat dit misschien iets op kan leveren voor de belastingheffing, kan de rechter dit aanmerken als een ‘fishing expedition’.

Ook daar zijn wel voorbeelden van te vinden in de rechtspraak, al zijn die in de minderheid. Zo ging een inspecteur volgens het gerechtshof op een onderdeel van de informatiebeschikking te ver. Hij had namelijk niet aangegeven welke documenten hij nog miste en ook niet onderbouwd waarom de ontbrekende documenten van belang zouden zijn voor de heffing. Daarmee was de inspecteur té veel aan het vissen, aldus het hof.