Aanpassing in de handreiking voor testen op COVID-19

Er zijn organisaties die voor hun werknemers bij de bedrijfsarts zelf een test op corona kunnen aanvragen. Dat moet dan wel gebeuren volgens door het RIVM vastgestelde richtlijnen. Voor deze organisaties heeft het RIVM de richtlijnen nu geactualiseerd. De laatste versie dateerde van november 2020.

28 januari 2021 | Door redactie

Er zijn werkgevers die zelf hun werknemers de mogelijkheid bieden om een test tegen COVID-19 te ondergaan, bijvoorbeeld in de zorg. Om te waarborgen dat dit op de juiste manier gebeurt, had het RIVM afgelopen november al een handreiking opgesteld. Deze handreiking is nu geactualiseerd. Een belangrijke wijziging is het toevoegen van twee nieuwe, snelle testvormen. Dat zijn de ademtest, een vorm van pretesten, en de LAMP-PCR. Zij komen naast de al bestaande mogelijkheden van PCR- en antigeensneltesten.

Status ademtest

Werknemers die bepaalde symptomen hebben maar na een ademtest een negatief resultaat scoren, kunnen volgens de handreiking gezien worden als niet-geïnfecteerd. Werknemers die wél positief uit de ademtest komen, moeten echter alsnog een standaardtest (PCR, antigeen of LAMP-PCR) ondergaan.

Werkgever kan werknemer aanmelden

Op dit moment mogen alleen werknemers getest worden die nauw contact hebben met mogelijk besmette mensen, óf die een melding hebben gekregen in de corona-app. De handreiking is gericht op de partijen die betrokken zijn bij het uitvoeren van deze testen. Dat kan een (onafhankelijke) bedrijfsarts, een arbodienst of een testfaciliteit zijn (tool). De werkgever kan een werknemer bij de bedrijfsarts aanmelden voor een test. Die zorgt vervolgens voor de verwijzing naar de arbodienst of testfaciliteit.