Jongeren zoeken minder vaak werk in coronatijd

Ondanks de coronacrisis daalde de werkloosheid in de afgelopen drie maanden, zo blijkt uit CBS-cijfers. De werkloosheid nam niet alleen af doordat meer werklozen betaald werk vonden, maar ook doordat minder jongeren zich aanboden op de arbeidsmarkt.

19 februari 2021 | Door redactie

Wat betekent de coronacrisis voor de werkloosheidscijfers in Nederland? Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) presenteerde gisteren de nieuwe cijfers. Wellicht tegen de verwachtingen in, daalde het aantal werklozen in de afgelopen drie maanden met gemiddeld 23.000 per maand. Of dit te maken heeft met de steunmaatregelen van het kabinet, zoals de NOW, heeft het CBS niet onderzocht. De werkloosheid nam af doordat meer werklozen een betaalde baan vonden dan werkenden hun baan verloren. Dat gold voor 25-plussers. Daarnaast daalde de werkloosheid doordat meer werklozen uitstroomden naar de niet-beroepsbevolking. Zij zijn niet direct meer beschikbaar voor werk en/of zoeken niet meer naar werk. Dat ging om jongeren tot 25 jaar.

Werkloosheid nog wel hoger dan bij begin coronacrisis

Het CBS berekende dat in januari 2021 337.000 mensen werkloos waren, 3,6% van de beroepsbevolking. Dat percentage is nog wel hoger dan in maart 2020 bij het begin van de coronacrisis. Toen was 2,9% van de beroepsbevolking werkloos. Tussen maart en augustus 2020 steeg de werkloosheid naar 4,6%, maar sindsdien daalt de werkloosheid weer.
Het aantal werkenden kwam in januari 2021 uit op 9 miljoen. In dezelfde maand hadden 4,1 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast werklozen ging het om 3,8 miljoen mensen die tot de niet-beroepsbevolking worden gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 7.000 per maand gestegen.

Meer WW-uitkeringen in door lockdown getroffen sectoren

Eind januari 2021 verstrekte UWV 289.000 lopende WW-uitkeringen. Dat was 1% meer dan een maand eerder. De sectoren waar het aantal WW-uitkeringen in januari 2021 het meest toenamen vergeleken met een maand eerder, zijn de detailhandel, horeca en catering, uitzendsector en cultuur. Deze sectoren ondervinden de gevolgen van de ‘harde’ lockdown. Daarnaast steeg het aantal WW-uitkeringen vanuit de bouwsector en de landbouw, maar dit is  het gebruikelijke effect van seizoenswerk.