Langzaam meer duidelijkheid over long covid

Langzaam komt er meer kennis over long covid. Het lijkt erop dat het aantal patiënten kleiner is dan aanvankelijk gedacht, en ook is er minder blijvende schade aan hart en longen dan artsen in een eerder stadium verwachtten.

12 augustus 2021 | Door redactie

Gingen artsen er aanvankelijk van uit dat ongeveer 10% van de Covid-19-patiënten te maken zouden krijgen met long covid, inmiddels gaat dit percentage eerder in de richting van 1,5%. Dat heeft te maken met de duur van de klachten. Ook mensen die ernstige griep of longontsteking hebben gehad, kunnen nog na drie maanden kampen met restklachten. Daarom wordt de grens tussen ‘normale’ naweeën en long covid nu vaak gelegd bij zes maanden. De oorzaken zijn nog steeds niet helemaal duidelijk, maar artsen denken voorzichtig in de richting van een overactief afweersysteem. Dat zou ook verklaren waarom vrouwen vaker getroffen worden door long covid dan mannen: zij hebben sowieso al een sterker immuunsysteem, dat daardoor ook eerder ‘op hol’ kan slaan. Positief is dat de longschade kleiner blijkt te zijn dan artsen aanvankelijk vreesden.  

Vooral jonge vrouwen

Long covid, nu officieel PASC gedoopt (Post-Acute Sequelae of SARS-CoV-2 Infection oftewel gevolgen van een corona-infectie na de acute fase), lijkt vooral te ontstaan bij mensen die een relatief milde vorm van corona thuis hebben doorgemaakt. Zij houden langdurig restklachten zoals snel buiten adem zijn en – vooral – grote vermoeidheid. Andere verschijnselen zijn concentratieproblemen en slecht slapen. Vooral jonge vrouwen lijken door long covid getroffen te worden. Zij moeten vaak ook werk en gezinszorg combineren. Naast een overactief afweersysteem zouden ook minuscule bloedstolsels verantwoordelijk kunnen zijn voor long covidklachten. Naar beide mogelijkheden wordt verder onderzoek gedaan.

Bijlagen bij dit bericht