Rechter staat schorsing van werknemer zonder QR-code toe

Een Amsterdams dansgezelschap ontzegde dit najaar een danser die niet gevaccineerd was én die weigerde zichzelf wekelijks te testen, de toegang tot het werk. Terecht, oordeelde de kantonrechter in Amsterdam.

23 december 2021 | Door redactie

Omdat het voor de werknemers van het dansgezelschap onmogelijk was anderhalve meter afstand te bewaren, liet de werkgever weten dat de werknemers een coronatoegangsbewijs nodig hadden voor toegang tot het theater. De werknemer mailde de werkgever dat hij niet in het bezit was van een QR-code en dat hij in gesprek wilde. In aanloop naar dit gesprek bleek de werknemer te kunnen optreden omdat het theater op dat moment geen QR-code van hem verlangde. Twee dagen na het gesprek schorste de werkgever de werknemer en verzocht hem niet meer naar het werk te komen. Na een mailwisseling en nog een gesprek gaf de werkgever aan dat de werknemer – omdat hij weigerde zich te laten testen – niet langer inzetbaar was zolang de coronapandemie en de daarbij horende maatregelen zouden voortduren. Ook staakte de werkgever de loonbetaling.

Testeis schond grondrechten werknemer

De werknemer spande hierop een kort geding aan. Hij vond de schorsing niet goed gemotiveerd en te ver gaan. Hij was van mening dat de testeis van de werkgever zijn grondrecht op privacy en lichamelijke integriteit schond én dat de werkgever in strijd met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) handelde door bijzonder persoonsgegevens op te slaan. In het kort geding eiste de werknemer toelating tot het werk, hervatting van de loonbetaling en het wissen van zijn gezondheidsgegevens.

Test noodzakelijk voor veilige werkomgeving

De kantonrechter erkende dat de schorsing deels niet goed gemotiveerd was omdat de werkgever pas na de schorsing de testeis had opgenomen in het coronaprotocol. Ook vond hij het testen een schending van de grondrechten en zou het vastleggen van de uitslag in strijd zijn met de AVG. De rechter oordeelde echter ook dat de vraag om een zelftest noodzakelijk was voor een veilige werkomgeving; er was geen minder verstrekkend middel voorhanden om dit te bewerkstelligen. De werkgever had geen werk voor de werknemer waarbij hij anderhalve meter afstand kon houden. Bovendien was niet aangetoond dat de werkgever de testuitslag had vastgelegd. Bij het mededelen van een testuitslag zou er volgens de rechter nog geen sprake zijn van gegevensverwerking. Het doel van de werkgever om een veilige werkomgeving te scheppen, woog in dit geval zwaarder dan het bezwaar van de werknemer tegen het testen en het delen van de testuitslag. De kantonrechter wees de vorderingen van de werknemer af.
Wat de waarde van de uitspraak voor andere werkgevers is, is de vraag. Juristen hebben kritiek op de motivering van de kantonrechter. Mogelijk dat toekomstige uitspraken meer duidelijkheid geven.
Rechtbank Amsterdam, 14 december 2021, ECLI (verkort): 7321

Bijlagen bij dit bericht