Dga met management-bv toch verplicht verzekerd

Drie ondernemers die dachten dat ze door een constructie met management-bv’s geen premies voor de werknemersverzekeringen hoefden af te dragen, zijn bij de rechter van een koude kermis thuisgekomen. Volgens de rechtbank hadden zij wel degelijk een dienstbetrekking en waren zij dus verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

11 januari 2021 | Door redactie

Werknemers zijn in principe verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen, zoals de WW of de Ziektewet. Voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) geldt die verplichting vaak niet, omdat zij naast werknemer bij hun eigen bv óók werkgever zijn (zoals beschreven is in dit verdiepingsartikel).

Verplicht verzekerd bij ‘dienstbetrekking’

Soms is een dga wél verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Namelijk als hij volgens de wettelijke criteria een ‘privaatrechtelijke dienstbetrekking’ heeft. In dat geval moet de bv van de dga dus premies afdragen. Eén van de criteria voor het bestaan van een dienstbetrekking (infographic) is dat er een gezagsverhouding is.
Over dat vereiste ging het in een recent gepubliceerde zaak voor de rechtbank in Arnhem. Hier ging het om drie ondernemers die allemaal dga waren van hun eigen management-bv. Die holdings vormden de statutaire bestuurders van de moedermaatschappij. In een managementovereenkomst was vastgelegd dat de holding voor het besturen van de moedermaatschappij een persoon zouden aanwijzen, namelijk de dga’s. De moedermaatschappij betaalde daarvoor een jaarlijkse vergoeding van € 124.800. De inspecteur stelde dat de dga’s in deze constructie een dienstbetrekking hadden bij de moedermaatschappij. Dus moesten er premies voor de werknemersverzekeringen afgedragen worden. De dga’s waren het daar niet mee eens.

Gezagsverhouding bij werkzaamheden

De rechtbank liep de criteria voor een dienstbetrekking een voor een langs, op een vergelijkbare manier als het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een andere zaak van september vorig jaar. De dga’s moesten hun werk persoonlijk uitvoeren, en ze kregen daar een vergoeding voor, zo constateerde de rechter. En ook aan het criterium dat er een gezagsverhouding moet zijn was voldaan. De dga’s stonden namelijk onder gezag van de algemene vergadering van aandeelhouders (ava) van de moedermaatschappij. De dga’s konden weliswaar zelf kiezen of zij een contract wilden aangaan met de moedermaatschappij, maar dat maakte voor het bestaan van een gezagsverhouding niet uit, aldus de rechter. Ook werknemers kunnen namelijk zelf bepalen of zij een dienstverband aan willen gaan of niet. Al met al bestond er dus een dienstbetrekking, aldus de rechter. De dga’s waren verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen en er moesten voor hen dus premies worden afgedragen.
Rechtbank Gelderland, 17 november 2020 (publicatiedatum 6 januari 2021), ECLI (verkort): 6101