Geen onzakelijke lening als bank aandringt

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) mag een lening aan zijn bv die op zichzelf gezien onzakelijk is, toch afwaarderen als de bank zo’n lening eist bij een zakelijke financieringsovereenkomst voor de bv. De dga moet deze samenhang dan wel duidelijk aan kunnen tonen.

6 juni 2016 | Door redactie

In deze zaak wilde een bv financiering van de bank om een overname te bekostigen. De bank wilde de financiering alleen verstrekken als de dga een achtergestelde lening aan zijn bv zou verstrekken om mee te delen in het risico. De lening van de dga aan zijn eigen bv was echter in alle opzichten onzakelijk te noemen: er waren geen rentepercentage, aflossingschema en zekerheden bedongen. Toen de overname uiteindelijk op een fiasco uitdraaide, wilde dga de lening afwaarderen en aftrekken als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. Hier stemde de inspecteur niet mee in, gezien het onzakelijke karakter van de lening.

Lening was onderdeel van package-deal

De dga stapte hierop naar de rechter. Die oordeelde dat de lening op zichzelf beoordeeld inderdaad onzakelijk was. Volgens de rechter moest in dit geval echter ook gekeken worden naar omstandigheden waaronder de lening was verstrekt. De lening kon volgens de rechter nou eenmaal niet los gezien worden van de financieringsdeal met de bank. De achtergestelde lening van de dga was hier, als harde voorwaarde van de bank, onderdeel van. De hele zogenoemde package-deal was een normale zakelijke transactie: in eerste instantie waren de vooruitzichten goed en de financiering van de bank had een normaal zakelijk karakter (tool). Volgens de rechter had de dga niet moedwillig een debiteurenrisico gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, zoals bijvoorbeeld in deze recente zaak. De dga mocht de verliespost dus aftrekken.
Rechtbank Noord-Holland, 25 mei 2016, ECLI (verkort): 2410