Let op tenaamstelling bij uitdeling aan dga

Als dga voelt u zich natuurlijk zeer nauw verbonden met uw bv. Toch moet u er voor waken dat u de grens tussen u en uw bv goed in de gaten houdt, zeker als het financiële en fiscale zaken betreft. Een stevige naheffingsaanslag ligt op de loer als u niet voorzichtig genoeg bent in bijvoorbeeld de tenaamstelling van rekeningen, zo blijkt een uitspraak van Gerechtshof Amsterdam.

6 januari 2014 | Door redactie

In deze zaak draaide het om een bv die in 2000 een pakket aandelen had verkocht. Een deel van de verkoopopbrengst, 15 miljoen gulden, werd overgemaakt naar drie beleggingsrekeningen. Deze rekeningen stonden echter op naam van de dga van de bv, en niet van de bv zelf. De fiscus oordeelde daarom dat dit vermogen als uitdeling door de bv tot het privévermogen van de dga behoorde. Bovendien stelde de fiscus in een boekenonderzoek vast dat er sprake zou zijn van een bewuste onttrekking van vermogen aan de bv. De dga en haar bv maakten de zaak aanhangig, maar kregen ongelijk van de rechtbank. Daarom gingen ze in hoger beroep. Het gerechtshof in Amsterdam oordeelde vervolgens anders. 

Onbedoelde onttrekking van vermogen

De bv en de dga erkende wel dat de beleggingsrekeningen op naam van de dga waren gesteld, maar gaven hierbij aan dat het niet de bedoeling was geweest om het daarin belegde vermogen als privévermogen te zien. De dga had de beleggingsrekeningen ook behandeld alsof ze ‘van de zaak’ waren, in weerwil van de tenaamstelling. Volgens het gerechtshof hadden de dga en de bv dit gegeven voldoende aannemelijk gemaakt. De administratie van de beleggingsrekeningen werd namelijk ook verricht door het kantoor dat ook de administratie van de bv verzorgde. Daarom vond het gerechtshof dat er geen sprake was van een bewuste onttrekking van het vermogen.

Overschotten wel in privé

Met de beleggingsrekeningen werd echter wel winst gemaakt. Het gerechtshof achtte bewezen dat deze overschotten wel bewust in privé gehouden werden. Hoewel het originele bedrag van 15 miljoen gulden weliswaar gereserveerd was voor de bv, waren voor de eventueel behaalde rendementen geen afspraken of concrete investeringsplannen gemaakt. In 2001 waren er wel zakelijke investeringen gedaan van 10 miljoen gulden. Aan de rest van het vermogen en eventueel te behalen rendementen waren geen bestemming toegekend. Hieruit viel af te leiden dat waar het dit gedeelte van het vermogen betrof, er wel bewust geprobeerd was om het in privé te houden. Het gerechtshof oordeelde daarom dat het restant van het vermogen, 5 miljoen gulden, dus als dividend aangemerkt moest worden. De aanslag van de fiscus moest daarom aangepast worden.  Gerechtshof Amsterdam, 5 september 2013, ECLI (verkort): 4655

Ook vragen over fiscaliteiten voor dga's?

MKB AdviesdeskHeeft u vragen over de fiscale zaken, dan kunt u deze als Premium-abonnee ook gratis stellen aan de experts van MKB Adviesdesk. U krijgt gegarandeerd antwoord binnen vijf werkdagen. Wacht niet langer en stel uw vraag!