NOW-aanvraag dga terecht afgewezen, oordeelt rechter

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) is weliswaar ‘werknemer’ van zijn eigen bv, maar dit wil nog niet zeggen dat hij ook in aanmerking komt voor de loonkostensubsidie NOW. Dat dga’s geen NOW krijgen is volgens de rechter geen verboden onderscheid.

2 juli 2021 | Door redactie

Een dga heeft een bijzondere positie in de sociale zekerheid. Hij is werkgever en werkgever in één. Maar ondanks dat zij in dienst zijn bij hun eigen bv, zijn veel dga’s niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen (artikel) zoals de WW en de Ziektewet. Want omdat de dga ook werkgever is, zou hij zichzelf kunnen ontslaan en WW opstrijken. Dat heeft de wetgever liever niet.

UWV wijst aanvraag NOW af

In deze zaak ging het om een dga van een bv en zijn echtgenote die meewerkte in de zaak. De bv droeg voor hen allebei geen premies voor de werknemersverzekeringen af. Zij wilden gebruikmaken van de NOW, een steunmaatregel die een deel van de loonkosten van werkgevers dekt die getroffen zijn door de coronacrisis. Maar uitvoerder UWV wees dat verzoek af. Daarop stapten zij naar de rechter.
Volgens de dga en zijn echtgenote maakte het UWV namelijk op deze manier een ‘ongerechtvaardigd onderscheid’ tussen reguliere werknemers en de dga en een meewerkend familielid. Want in beide situaties zijn er afspraken gemaakt over loon, en dreigt dat loon door de coronacrisis weg te vallen omdat de werkgever de omzet ziet inzakken. De dga en zijn echtgenote vonden daarom dat zij NOW hadden moeten krijgen, ook al waren zij geen ‘werknemers’ volgens de regels van de werknemersverzekeringen.

NOW is bedoeld om werkgelegenheid te behouden

De rechter ging daar echter niet in mee. Die las namelijk in de toelichting op de NOW dat de wetgever met die regeling vooral werkgelegenheid wil behouden. Daarom was er bewust voor gekozen om alleen subsidie toe te kennen voor werknemers die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Het doel van de NOW was niet ‘een tegemoetkoming in de inkomstenderving van de ondernemer’, zoals de dga en zijn echtgenote hadden aangevoerd. Door het verschil tussen een ondernemer die inkomen kwijtraakt en een werkgever die werkgelegenheid wil behouden vond de rechter dat er geen sprake was van gelijke gevallen. En dus ook niet van een verboden onderscheid in de behandeling. Het beroep op de NOW was dus terecht afgewezen.
Rechtbank Rotterdam, 3 juni 2021, ECLI (verkort): 4819