Pensioen dga niet uitbetaald, maar wél belast

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) probeerde de rechter ervan te overtuigen dat zijn pensioenaanspraak niet uitbetaald was en daarom onterecht belast. Maar hij kreeg nul op het rekest. De pensioenaanspraak was namelijk wel ‘vorderbaar en inbaar’, en daarom telde het gewoon mee als belast inkomen voor de dga.

11 juni 2021 | Door redactie

Veel dga’s hebben afspraken met hun eigen bv over de pensioenvoorziening, al is dat voor nieuwe afspraken tegenwoordig niet meer zo makkelijk (tool). Door afspraken te maken met de bv blijft het pensioen ‘dicht bij huis’. Maar afwijken van de gemaakte afspraken kan desondanks niet zomaar zonder fiscale gevolgen, zo blijkt ook weer uit deze zaak.

Dga had jaarlijks recht op pensioen uit bv

Het draaide om een dga die afspraken had gemaakt over pensioenaanspraken met zijn bv. De beheer-bv van de man had pensioenaanspraken toegekend. In de afspraken tussen de bv en de dga stond onder meer dat de bv de mogelijkheid had om de pensioenrechten te verlagen als uitbetaling niet zo kunnen door slechte financiële resultaten.
Vanaf 1 mei 2013 had de dga jaarlijks recht op een pensioen van ruim € 57.000 bruto vanuit de beheer-bv. Maar die bv had dat bedrag niet uitbetaald vanaf die datum. De dga deed in 2015 en 2016 aangifte inkomstenbelasting voor een bedrag van respectievelijk ruim € 26.000 en € 27.000. Ook nam hij in die jaren een pensioenuitkering van ruim € 8.500 op in de aangifte. Maar de inspecteur verhoogde het inkomen bij het opleggen van de aanslag flink, omdat hij recht had op een pensioenuitkering van meer dan € 57.000. De man was het hier niet mee eens en stapte naar de rechter.

Pensioenaanspraak terecht bij het inkomen geteld

Daar voerde de dga aan dat de € 57.000 niet tot zijn inkomen gerekend moest worden, omdat de beheer-bv helemaal niet de middelen had om dat pensioen uit te keren. Mocht de rechter daar niet in mee gaan, dan zou het mee te rekenen pensioen op ruim € 8.500 gesteld moeten worden. Dat was het bedrag dat de pensioenuitvoerder had vastgesteld.
Maar de rechter keek vooral naar de vraag of de pensioenuitkering van € 57.000 ‘vorderbaar en inbaar’ was. In dat geval is het bedrag volgens de wet namelijk ‘genoten’ en dus belast. Of het nu uitgekeerd is of niet. Volgens de rechtbank was het bedrag vorderbaar én inbaar, net zoals het gerechtshof en de Hoge Raad al in een procedure van de dga over het jaar 2013 hadden vastgesteld. De aanspraak was inbaar omdat de beheer-bv de pensioenuitkering had kunnen verrekenen met een vordering die de bv nog op de dga had. Dat de beheer-bv eerder had afgesproken dat de pensioenrechten verlaagd konden worden bij een slechte financiële situatie maakte het oordeel niet anders. De € 57.000 aan pensioen was dus volgens de rechtbank terecht bij het inkomen gerekend.
Rechtbank Den Haag, 16 februari 2021 (publicatiedatum 3 juni 2021), ECLI (verkort): 1194