Pensioenbrief niet nodig voor dga-pensioen

Als een bv regelmatig bedragen reserveert voor de pensioenvoorziening van haar directeur-grootaandeelhouder (dga), is er sprake van een rechtmatige pensioenvoorziening die ook vrij kan vallen. Het ontbreken van een pensioenbrief is niet relevant, aldus Rechtbank Den Haag.

10 januari 2017 | Door redactie

In deze zaak draaide het om een bv die na een faillissement besloot het opgebouwde pensioen in eigen beheer van haar dga af te boeken ten gunste van de winst. Hiermee kon indirect een vordering van de dga op de bv in rekening-courant worden verrekend. De inspecteur was echter niet akkoord met deze oplossing. Hij legde de dga een forse navorderingsaanslag op. Volgens de inspecteur was de pensioenvoorziening prijsgegeven en moest daarom tot het loon van de dga worden gerekend, inclusief de revisierente van 20%. De dga stapte hierop naar de rechter.

Pensioenvrijval niet verrekenbaar

Voor de rechter stelde de dga dat er helemaal geen sprake was van rechtmatig pensioen, aangezien de vereiste pensioenbrief ontbrak. Daarom kon de pensioenpot ook niet vrijvallen en bij hem als loon belast worden. De rechter stelde echter het ontbreken van de pensioenbrief niet relevant was. De bv had jarenlang geld op de balans gereserveerd voor een pensioenvoorziening die voor niemand anders bestemd kon zijn dan voor de dga. Dat de bv besloot om de pensioenpot te verrekenen met de rekening-courantschuld, hield in dat de pensioenaanspraak werd vrijgegeven, met de navordering (tool) plus revisierente tot gevolg. De navorderingsaanslag was dus terecht opgelegd.
Rechtbank Den Haag, 12 oktober 2016, ECLI (verkort): 12366