WW-uitkering soms ook voor dga

Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijkt dat u als dga niet verzekerd bent voor de werknemersverzekeringen als uw bloed- of aanverwant minstens twee derde van de aandelen in uw bv bezit. Uw eigen aandelen tellen hierbij niet mee. UWV moest onlangs een ontslagen bestuurder alsnog een uitkering toekennen, omdat ze de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder verkeerd had geïnterpreteerd.

10 april 2013 | Door redactie

Het ging hierbij om een zaak, waarin een bestuurder en aandeelhouder (48% van de aandelen) van een bv werd ontslagen toen de bv haar activiteiten staakte. Hierop vroeg de bestuurder een uitkering aan bij UWV, maar UWV wees de aanvraag af. Er zou namelijk geen sprake zijn van een gezagsverhouding, waardoor de dga niet te zien was als een werknemer met recht op een WW-uitkering. Volgens UWV was de dga geen werknemer, omdat hij voldeed aan alle eisen uit de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder. Deze regeling bepaalt wanneer iemand dga is voor de werknemersverzekeringen. Een van de voorwaarden is dat minstens twee derde van de aandelen in handen is van een bloed- of aanverwant. De dochter van de bestuurder hield in dit geval 26% van de aandelen. Daarop concludeerde UWV dat de bestuurder geen recht had op een WW-uitkering. 

Eigen aandelen tellen niet mee

De bestuurder was het hier niet mee eens en stapte naar de rechter. Tot aan de Hoge Raad werd de man in het gelijk gesteld. De aandelen van de bestuurder zelf mogen namelijk niet worden meegerekend bij de bepaling of twee derde deel van de aandelen in bezit waren van een bloed- of aanverwant. UWV had dit wel gedaan en op basis hiervan geconcludeerd dat de dga geen werknemer was. Dit was dus wel het geval, waardoor de dga alsnog recht had op de WW-uitkering. Overigens had de bv hiervoor ook gewoon premie afgedragen.
Hoge Raad, 22 maart 2013, LJN: BY9295