VERDIEPINGSARTIKEL

Hoe staat het met wetsvoorstel Excessief lenen bij eigen vennootschap?

Het wetsvoorstel Excessief lenen bij de eigen vennootschap moet al te hoge schulden van dga’s bij hun eigen bv aanpakken. Schulden hoger dan €  500.000 worden straks aangemerkt als ‘excessief’.

Het is nu de bedoeling dat de wet per 1 januari 2023 in werking treedt. Dit betekent dat de Belastingdienst eind 2023 voor het eerst zal peilen hoe hoog de schulden van dga’s bij hun eigen bv zijn. Dan moet u als dga dus wel op tijd in actie komen met aflossen als dat nodig is.


15 juni 2021 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


In september 2018 kondigde de toenmalige staatssecretaris al aan dat hij een rekeningcourantmaatregel zou gaan uitwerken om excessief lenen van de eigen vennootschap te ontmoedigen. De maatregel komt erop neer dat leningen boven een bedrag van € 500.000 worden aangemerkt als inkomen uit aanmerkelijk belang (ab). Dat bedrag moet dus worden meegenomen in box 2 van de IB.

Als dga wordt u niet individueel, maar met uw partner gezamenlijk in de heffing betrokken voor de schulden boven de € 500.000. Het is hierbij niet relevant of de schulden zijn aangegaan door u of door uw partner en of de schulden behoren tot het individuele vermogen van u of van uw partner. Ook is niet relevant of de partner zelf ook ab-houder is.

Ook voor verbonden personen

De voorgestelde maatregel geldt daarnaast ook voor schulden die met u als dga verbonden personen (bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van u of van uw partner) hebben aan de bv.

Om te voorkomen dat de maatregel eenvoudig omzeild kan worden, vallen ook schulden die samenhangen met regulier aangegane leningen onder de reikwijdte van de maatregel. Daarom moet u het doorlenen van door andere personen van de bv van de aanmerkelijkbelanghouder geleende gelden aan de aanmerkelijkbelanghouder en garantstellingen door de vennootschap ook onder de maatregel scharen.

Onlangs heeft demissionair staatssecretaris Vijlbrief van Financiën nog een wijziging aangebracht in het wetsvoorstel ten aanzien van dit onderwerp. Het maximumbedrag geldt ook voor een verbonden persoon EN zijn partner gezamenlijk. Daarmee worden schulden van de partner van de verbonden persoon toegerekend aan de dga voor zover deze schulden alleen of tezamen met de schulden van de verbonden persoon meer bedragen dan € 500.000.

Grens van € 500.000

Het kabinet verdedigt ook de grens van € 500.000 voor wanneer een lening excessief is. Dit is ‘niet zozeer een cijfermatige maar vooral een politieke en beleidsmatige keuze’. Volgens het kabinet is de balans goed bij een bedrag van € 500.000. Want daarmee raakt de maatregel relatief weinig dga’s (3% van alle huishoudens met een aanmerkelijk belang) en juist een relatief groot bedrag aan geleend geld

Aankoop woning uitgezonderd

De schulden die door u als dga zijn aangegaan voor de aankoop van een woning zijn uitgezonderd van de heffing. Dat geldt niet alleen voor bestaande eigenwoningschulden, maar ook voor nieuwe gevallen.

Om in aanmerking te komen voor de uitzondering van deze maatregel moet de aangegane woningschuld natuurlijk wel voldoen aan de voorwaarden van de eigenwoningregeling in de Wet IB 2001. Daarnaast geldt voor nieuwe eigenwoningschulden dat u als dga een recht van hypotheek (heeft) verstrekt aan uw bv.

Regeling bij emigratie

In het wetsvoorstel is nu al geregeld dat het fictieve vervreemdingsvoordeel dat in aanmerking wordt genomen bij emigratie van de dga moet worden verlaagd met het bedrag dat als negatief fictief regulier voordeel in aanmerking zou zijn genomen als de dga in Nederland was gebleven en zijn schulden had afgelost.

Een vergelijkbare bepaling gaat via een nota van wijziging die onlangs is verschenen gelden voor de situatie waarin een buitenlandse belastingplichtige de werkelijke leiding van een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft verplaatst uit Nederland en daardoor geen aanmerkelijk belang meer heeft in een in Nederland gevestigde vennootschap.

Het gaat vaak om de vraag of de lening een verkapte fiscale winstuitdeling is

Uitstel van betaling

In het wetsvoorstel is al geregeld dat het uitstel van betaling van een conserverende aanslag voor de IB ook wordt beëindigd als een positief fictief regulier voordeel wordt genoten. Op grond van het overgangsrecht blijft op conserverende aanslagen die zijn opgelegd naar aanleiding van belastbare feiten die zich hebben voorgedaan voor 15 september 2015, 15:15 uur, het op dat moment geldende invorderingsrecht (het oude recht) van toepassing.

Onder het oude recht wordt het verleende uitstel van betaling minder snel beëindigd. In de nota van wijziging is nu geregeld dat de maatregelen van het wetsvoorstel niet gaan gelden voor conserverende aanslagen waarop het oude recht van toepassing is gebleven.

Minder discussies met inspecteur

De nieuwe wet zal ervoor (moeten) zorgendat het aantal discussies dat gevoerd wordt tussen de dga en de inspecteur over leningen van de vennootschap aan de aanmerkelijkbelanghouder vermindert. Daarbij gaat het vaak om de vraag of er wel sprake is van een lening of dat de lening een verkapte (fiscale) winstuitdeling is.

Dit laatste moet de inspecteur dan wel bewijzen. De beoordeling van deze situaties vergt veel toezichtscapaciteit van de Belastingdienst. Voor schulden onder de € 500.000 blijven die discussies dus wel bestaan.

Voorstel is vooral bedoeld om belastinguitstel en -afstel tegen te gaan

Het kabinet heeft al eerder in een nota een karrenvracht aan vragen van de Tweede Kamer beantwoord over het wetsvoorstel. De terugkerende boodschap is dat het wetsvoorstel vooral is bedoeld om belastinguitstel en -afstel tegen te gaan. Daarom ziet het kabinet ook geen reden om uitzonderingen te maken voor bijvoorbeeld leningen van dga’s met ‘zakelijke’ voorwaarden. Want bij alle leningen is er immers sprake van belastinguitstel.

Uit een nieuwe lijst met vragen van de Kamercommissie voor Financiën blijkt dat verschillende fracties geen genoegen nemen met de antwoorden. Met name VVD en CDA trekken fel van leer. De VVD roert aan dat de regering er alles aan moet doen ‘om samen goed uit de crisis te komen’ en zou moeten ‘optreden als een betrouwbare partner’.

Herbezinning
Volgens de VVD draagt de maatregel hier niet aan bij, en de partij hoopt daarom op een ‘herbezinning van de regering’. De partij stelt zelfs de vraag of de regering bereid is om het wetsvoorstel in te trekken. Ook het CDA vraagt de regering ‘nogmaals te reflecteren op de doelmatigheid van deze maatregel’.

De VVD vraagt zich verder af of het kabinet niet hetzelfde doel kan bereiken door meer in te zetten op het opsporen van onzakelijke leningen van dga’s. O De VVD wijst er verder op dat dga’s het geld van de lening mogelijk in vastgoed hebben zitten, en dat dus moeten verkopen om de schuld aan de bv terug te dringen. Of zij moeten de schuld herfinancieren bij de bank. Dat soort ingrepen zijn buiten crisistijd al geen sinecure, maar momenteel nóg ingewikkelder.

Geen verder uitstel

Van verder uitstel van de invoering van het wetsvoorstel wil het kabinet ook niet weten. Vanuit verschillende hoeken is hierom gevraagd, mede met het oog op de coronacrisis. Het kabinet benadrukt echter dat de invoering juist vanwege corona al een jaar is opgeschoven, van 2022 naar 2023.

Dit betekent dat de Belastingdienst op 31 december 2023 voor het eerst zal peilen hoe hoog de schuld bij de eigen bv is. En de maatregel is al op Prinsjesdag 2018 aangekondigd. Daarmee zit er al ruim vijf jaar tussen de aankondiging en de daadwerkelijke uitvoering van de maatregel.

Termijn lang genoeg

Die termijn is wat het kabinet betreft lang genoeg voor dga’s om hun schuldpositie onder de grens van € 500.000 te brengen. Het kabinet ziet dan ook geen reden om bestaande schulden uit te zonderen van de maatregel, omdat er genoeg tijd is om de schulden af te lossen of te herfinancieren.

Het kabinet vindt lenen door aanmerkelijkbelanghouders ‘onwenselijk’ in crisistijd

Liquiditeitspositie op peil houden

Een deel van de dga’s heeft al ingespeeld op het wetsvoorstel door in 2019 al flink dividend uit te keren (zie kader). Verder benadrukt het kabinet dat het lenen door houders van een aanmerkelijk belang ‘onwenselijk’ vindt in deze crisistijd. Want daardoor verslechtert de liquiditeitspositie van ondernemingen, terwijl de overheid die juist op peil probeert te houden met allerlei coronasteunmaatregelen.

Geanticipeerd op voorstel

Het blijkt dat dga’s in 2019 al behoorlijk hebben geanticipeerd op het komende wetsvoorstel. In dat jaar is er € 13,6 miljard extra dividend uitgekeerd. Niet alleen vanwege het wetsvoorstel overigens, maar ook omdat het tarief in box 2 in 2020 is opgeschroefd van 25% naar 26,25%. De extra dividenduitkering levert € 3,4 miljard aan belasting op in box 2, schrijft het kabinet. Het is op dit moment nog niet duidelijk welk deel van de winstuitkeringen is gebruikt om schulden af te lossen.