Afwijzen wegens geloofsovertuiging mag soms

De gemeente Rotterdam wees een sollicitant af, die weigerde om – vanuit zijn geloofsovertuiging – vrouwen de hand te schudden. De man vond dat er sprake was van indirecte discriminatie op grond van geloof en stapte naar het gerechtshof. Uit de rechtszaak bleek dat de gemeente in dit geval niet discrimineerde. Het schudden van handen werd namelijk als een noodzakelijk middel beschouwd voor de functie.

11 april 2012 | Door redactie

Een man solliciteerde voor de functie van klantmanager bij de gemeente Rotterdam. In die functie treedt de klantmanager op als de vertegenwoordiger van de gemeente bij de contacten met bijstandsgerechtigden. De gemeente wees de man echter af voor de functie, omdat hij weigerde om vrouwen de hand te schudden bij een begroeting. Volgens het hof maakte de gemeente een indirect onderscheid op basis van geloofsovertuiging, maar dit onderscheid bleek wel objectief gerechtvaardigd. In de Nederlandse samenleving is het schudden van handen namelijk de gebruikelijke manier om iemand te begroeten.

Schudden van handen is noodzakelijk middel

Als overheidsinstelling was het belangrijk dat de gemeente neutraliteit uitstraalde. Daarom was het ook van belang dat de klanten zich niet respectloos en kwetsend behandeld voelden. Het voorstel van de man om ook mannen niet de hand te schudden, maar de klanten op een andere respectvolle manier te begroeten, was niet voldoende. De mogelijkheid bestond namelijk dat niet de man, maar de klant het initiatief zou nemen tot de begroeting. Dan zou een situatie ontstaan waarbij de man de uitgestoken hand van de klant – zonder aanwijsbare fysieke of objectieve reden – weigerde te schudden. Volgens het hof is het schudden van handen een passend en noodzakelijk middel in de functie van klantmanager bij de gemeente. De afwijzing was objectief gerechtvaardigd en de vordering van de man werd afgewezen.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 10 april 2012, LJN: BW1270