Let op gelijke behandeling van uitzendkrachten

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is met de uitzendbranche in gesprek gegaan over discriminatie in de uitzendsector. Zij wil een zogenoemde naming en shaming lijst opstellen waar uitzendbureaus op komen te staan die verboden onderscheid maken. Ook als inlener is het belangrijk dat u geen discriminerend verzoek doet aan een uitzendbureau.

13 maart 2013 | Door redactie

De staatssecretaris ging in gesprek met de uitzendbranche (pdf) naar aanleiding van het onderzoek ‘Op achterstand’ van het Sociaal Cultureel Planbureau. Uit dit rapport bleek dat discriminatie in de uitzendbranche nog regelmatig voorkomt. Samen met de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en de Nederlandse Bond van bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) wil de staatssecretaris verschillende acties nemen om dit probleem aan te pakken. Eén van de geplande maatregelen is het publiceren van een lijst met namen van uitzendbureaus die de fout in zijn gegaan door een verboden onderscheid te maken.

Onderscheid moet voldoen aan rechtvaardigheidstoets

Daarnaast heeft de ABU een zelftest (pdf) opgesteld voor intercedenten waarmee zij erachter kunnen komen of zij (onbewust) discrimineren. Ook voor u als HR-professional kan het handig zijn om deze folder te lezen. In de praktijk blijkt namelijk dat veel werkgevers wel eens een verzoek doen bij een uitzendbureau dat in strijd is met de Algemene wet gelijke behandeling. Denk bijvoorbeeld aan een werkgever die bij een uitzendbureau aanklopt voor een uitzendkracht die accentloos Nederlands spreekt. In dat geval wordt er een indirect onderscheid gemaakt op grond van de afkomst van de uitzendkracht. Dit mag alleen als het onderscheid voldoet aan de zogenoemde objectieve rechtvaardigheidstoets. Het onderscheid moet dan een legitiem doel hebben en er mogen geen alternatieven zijn om dit doel te bereiken.